Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar verzoek om aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade, ingediend op 18 oktober 2022. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, waarop eiseres verweerder op 1 juli 2024 in gebreke stelde. Het beroep werd vervolgens op 10 oktober 2024 ingediend.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en draagt hem op dit alsnog binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te doen. Hierbij wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij een termijn van twaalf weken na het verweerschrift geldt, met een minimum van zes weken na uitspraak voor het definitieve besluit. Omdat de aanvraag aanvullende compensatie betreft, is geen vooraankondiging vereist.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van de termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€51).