ECLI:NL:RBMNE:2025:6020

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
25/1850
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen besluit op bezwaar WOZ

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit op bezwaar van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap. Het besluit op bezwaar is bekendgemaakt op 20 januari 2025. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moest het beroepschrift uiterlijk op 3 maart 2025 bij de rechtbank zijn ontvangen. Het beroepschrift werd echter op 4 maart 2025 ontvangen, waardoor het te laat was.

De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief gevraagd om een toelichting op de late indiening. Eiser stelde dat het beroep toch tijdig was omdat 4 maart 2025 nog binnen de termijn viel. De rechtbank oordeelde dat dit niet juist was en dat er geen geldige reden was voor de overschrijding.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 20 oktober 2025 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1850

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten &hoogheemraadschap [plaats] ,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 4 maart 2025 tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 20 januari 2025.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van Pro de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 20 januari 2025. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 3 maart 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 4 maart 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 7 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 21 maart 2025 te laten weten waarom zij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Eiseres heeft op voorgaand verzoek van de rechtbank gereageerd op 13 april 2025. In dit bericht geeft eiser aan dat hij wél tijdig beroep heeft ingesteld, omdat 4 maart 2025 naar zijn mening nog binnen de bezwaartermijn valt.
5. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een geldige reden om het beroep te laat in te dienen. Zij licht dit als volgt toe. Het besluit op bezwaar is bekendgemaakt op 20 januari 2025. Wanneer hier zes weken bijgeteld worden, komt de uiterlijke datum waarop eiser beroep had moeten instellen uit op 3 maart 2025. Nu het beroepschrift pas op 4 maart 2025 door de rechtbank is ontvangen, is dit te laat.
6. Het beroep zal dan ook niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.