Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 6,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen zijn buren; gedaagde plaatste in 2020 een dakopbouw op zijn woning. Eiser stelt dat deze dakopbouw onrechtmatige hinder veroorzaakt doordat minder zonlicht op zijn zonnepanelen valt en de luchtstroom rondom zijn schoorsteen beperkt wordt, waardoor hij zijn open haard niet meer kan gebruiken. Eiser vordert schadevergoeding voor beide aspecten.
De kantonrechter beoordeelt dat gedaagde een vergoeding moet betalen voor de investeringsschade aan de zonnepanelen, berekend naar rato van het verschil in opbrengst. De hinder is aanzienlijk en blijvend, en eiser was niet op de hoogte van de bouwplannen bij aanschaf van de panelen. Voor de schoorsteen is geen onrechtmatige hinder, omdat het recht van de buren om te bouwen naast het gebruiksrecht van de open haard bestaat en eiser zelf verantwoordelijk is voor veilige afvoer van rookgassen.
De kantonrechter wijst de vordering tot vergoeding van kosten voor aanpassing van het rookkanaal af, maar oordeelt dat gedaagde moet meewerken aan de realisatie daarvan. Daarnaast worden de kosten van het onderzoek naar de zonnepanelenvergoeding toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde moet €2.930,32 betalen voor investeringsschade zonnepanelen en onderzoekskosten; geen vergoeding voor schoorsteen.