10.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit gepleegd, zoals hiervoor in paragraaf 4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
Oplegging van straf en maatregelen
- veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke
jeugddetentie van 47 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht (de duur van de onvoorwaardelijke jeugddetentie is gelijk aan het voorarrest, zodat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis);
- veroordeelt verdachte tot de
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel);
- legt aan verdachte op
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van drie jaren;
- zich onthoudt van ieder contact met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 1995) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1989);
- zich niet zal bevinden in Vianen , met uitzondering van de A2 en de A27;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, de maatregel wordt vervangen door twee weken jeugddetentie. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt maximaal 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd: 1 STK Telefoontoestel (G3408013);
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2509.28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2509.28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2465.40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] ;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2465.40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
- heft op het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.M.H. van Ek, voorzitter en kinderrechter, mr. O. Böhmer en mr. M.S. Gerritsen, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks op of omstreeks 03 september 2024 te Vianen , althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door
een explosief dan wel (een) samen gebonden stuk(ken) zwaar vuurwerk (model
Cobra) met (een) hieraan bevestigde fles(sen) brandbare stof(fen) te plaatsen op of
nabij de voordeur van de woning aan de [adres 2] te [plaats 3] en deze te
ontsteken en tot ontploffing te brengen,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor voor goederen, ten aanzien van voornoemde woning ( [adres 2]
te [plaats 3] ) en die de in die woning aanwezige goederen en de
bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden en de in die
bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige goederen
en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de in die woning ( [adres 2] te [plaats 3] ) aanwezige personen en/of de in
de bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige persoen
en/of passerende voetgangers, in elk geval
levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;