10.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit gepleegd, zoals hiervoor in paragraaf 4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
Oplegging van straf en maatregel
- veroordeelt de verdachte tot een
jeugddetentie voor de duur van 240 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie
een gedeelte van 90 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijd van twee jarenvast;
- stelt als
algemene voorwaardendat de verdachte:
zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als
bijzondere voorwaardendat de verdachte:
zich in het kader van de maatregel toezicht en begeleiding binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Slachthuisstraat 31 6041 CB Roermond. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
actief deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijltraining of een andere gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik. De reclassering bepaalt welke training de verdachte dient te volgen en op welk moment hij deze training dient te volgen. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
zich inspant voor het vinden en behouden van een volwaardige dagbesteding van betaald werk en/of een opleiding en/of een stage, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. De verdachte overlegt daarnaast over zijn vrijetijdsbesteding met de reclassering;
meewerkt aan controle op het gebruik van softdrugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek gebruiken voor de controle. De
reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;
- legt aan verdachte op
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van drie jaren;
- zich onthoudt van ieder contact met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1995) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] -1989);
- zich niet zal bevinden in [plaats] , met uitzondering van de A2 en de A27;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, de maatregel wordt vervangen door twee weken jeugddetentie. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt maximaal 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2509.28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2509.28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2465.40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] ;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachten de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2465.40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of een van zijn medeverdachten op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. N.M.H. van Ek, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. O. Böhmer en mr. M.S. Gerritsen, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.
Bijlage I: de tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks op of omstreeks 03 september 2024 te [plaats] , althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door
een explosief dan wel (een) samen gebonden stuk(ken) zwaar vuurwerk (model
Cobra) met (een) hieraan bevestigde fles(sen) brandbare stof(fen) te plaatsen op of
nabij de voordeur van de woning aan de [adres 2] te [plaats] en deze te
ontsteken en tot ontploffing te brengen,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor voor goederen, ten aanzien van voornoemde woning ( [adres 2]
te [plaats] ) en die de in die woning aanwezige goederen en de
bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden en de in die
bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige goederen
en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de in die woning ( [adres 2] te [plaats] ) aanwezige personen en/of de in
de bovengelegen/naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige persoen
en/of passerende voetgangers, in elk geval
levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;