ECLI:NL:RBMNE:2025:6085

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
24/5543
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenverrekening na bezwaar tegen verrekeningsoverzicht

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om een toegekende proceskostenvergoeding van €875 te verrekenen met een openstaande vordering. De rechtbank heeft het geschil op 16 oktober 2025 behandeld, waarbij eiseres niet aanwezig was.

De kern van het geschil was of verweerder de proceskosten in bezwaar aan eiseres had moeten vergoeden, omdat bij het primaire besluit geen betaal- en verrekeningsoverzicht was verstrekt. Eiseres stelde dat dit leidde tot een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit.

De rechtbank oordeelde dat verweerder direct na het indienen van het bezwaar een aflossingsoverzicht met toelichting had verstrekt, waardoor eventuele tekortkomingen in het primaire besluit waren hersteld. Verweerder had in bezwaar een volledige heroverweging mogen maken, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.

Er werd geen proceskostenvergoeding of griffierecht toegekend. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verrekening van proceskosten met een openstaande vordering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2921
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en

Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Lammers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een besluit waarin een aan eiseres toegekende proceskostenvergoeding is verrekend met een openstaande vordering van verweerder.
1.1.
Met het besluit van 31 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het besluit van 11 februari 2025 (primaire besluit) gebleven om een bedrag van € 875,00 aan proceskosten te verrekenen met een openstaande vordering van eiseres. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen dit besluit op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiseres en haar gemachtigde hebben bij bericht van 15 oktober 2025 laten weten niet op zitting te verschijnen.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het besluit van verweerder om het bedrag aan toegekende proceskosten te verrekenen met de openstaande vordering van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De rechtbank stelt vast dan niet in geschil is dat verweerder de uit een rechterlijke uitspraak voortvloeiende proceskostenveroordeling van € 875,- mocht verrekenen met de openstaande vordering die verweerder op eiseres had.
5. Het geschil beperkt zich enkel tot de vraag of verweerder de proceskosten in bezwaar aan eiseres had moeten vergoeden omdat er bij het primaire besluit geen betaal- en verrekeningoverzicht aan haar was verstrekt. Eiseres heeft in haar gronden van beroep in dit verband aangevoerd dat reeds hierom sprake is van een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit, hetgeen onrechtmatig is. Bij het bestreden besluit had haar bezwaar daarom naar haar mening gegrond verklaard moeten worden met toekenning van de bezwaarkosten en instandhouding van de rechtsgevolgen.
6. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Verweerder heeft direct na indiening van het bezwaar dat op 10 maart 2025 is ingediend bij e-mailbericht van 13 maart 2025 een aflossingsoverzicht aan eiseres verstrekt met een toelichting op de verrekening. Als er al sprake is geweest van een onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd besluit in primo, zoals eiseres heeft gesteld, dan is dat door verweerder in de bezwaarfase hersteld. Verweerder mocht in bezwaar een volledige heroverweging maken. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding.
8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025 door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.