ECLI:NL:RBMNE:2025:6086

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
UTR 24/6480
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet-betaling griffierecht

Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede. Eiser had beroep aangetekend tegen een besluit van het college van 14 oktober 2024. Tijdens de zitting was eiser niet aanwezig, maar de gemachtigde van het college was wel aanwezig. De rechtbank heeft, met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft medegedeeld dat partijen binnen zes weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

De rechtbank heeft het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen griffierecht had betaald. Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is het verplicht om griffierecht te betalen bij indiening van een beroepschrift. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op 14 augustus 2025 was geïnformeerd over de afwijzing van zijn beroep op betalingsonmacht en dat hij een termijn van vier weken had gekregen om het griffierecht te voldoen. Eiser heeft echter bij e-mail op 24 augustus 2025 laten weten dat hij geen griffierecht zou betalen. De rechtbank concludeert dat het griffierecht niet is betaald en dat er geen omstandigheden zijn die erop wijzen dat eiser niet in verzuim is geweest. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is openbaar uitgesproken door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. Een afschrift van het proces-verbaal is verzonden aan de betrokken partijen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6480
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede

(gemachtigden: mrs. L. Bloos en P. Dekker).

Procesverloop

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 14 oktober 2024 op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college. Eiser was niet aanwezig.
Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij medegedeeld dat partijen binnen zes weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven. Uit het zesde lid volgt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort op de rekening van de rechtbank, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.
2. Bij brief van 14 augustus 2025 is eiser meegedeeld dat het beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen en eiser een nota griffierecht zal ontvangen. In de nota van 15 augustus 2025 is eiser een termijn van 4 weken gegeven om het bedrag te voldoen. Eiser heeft bij e-mailbericht van 24 augustus 2025 meegedeeld dat hij geen griffierecht gaat betalen.
3. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet is betaald en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiser niet in verzuim is geweest. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.