ECLI:NL:RBMNE:2025:6087

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
UTR 25/5091
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van een woning op basis van de Gemeentewet

Op 2 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, een inwoner van [plaats], een voorlopige voorziening heeft gevraagd tegen de sluiting van zijn woning door de burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden. De sluiting was gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet, na het aantreffen van wapens en goederen gerelateerd aan nationaal-socialistisch gedachtengoed in de woning van verzoeker. De burgemeester had op 20 augustus 2025 besloten om de woning voor drie maanden te sluiten, omdat er vrees bestond voor een ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoeker betwistte deze vrees en stelde dat hij een verzamelaar was van wapens, die hij op beurzen had gekocht, en dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van strafbare wapens.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, omdat de burgemeester niet voldoende had gemotiveerd dat er sprake was van een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele aantreffen van wapens niet voldoende was om te concluderen dat er een ernstige vrees voor verstoring bestond. Bovendien was de motivering van de burgemeester te algemeen en niet specifiek toegespitst op de situatie van verzoeker. De voorzieningenrechter heeft het besluit van de burgemeester geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar en heeft de burgemeester veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door de burgemeester bij het nemen van besluiten die de openbare orde raken, en dat niet elk aangetroffen wapen automatisch leidt tot een vrees voor verstoring van de openbare orde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5091

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. L. de Leon),
en

de burgemeester van de gemeente Vijfheerenlanden

(gemachtigde: M. van Ommeren en mr. R. Stuij).

Procesverloop

1. Met het besluit van 20 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester op grond van artikel 174a, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet de woning van verzoeker aan de [adres] in [plaats] voor de duur van drie maanden gesloten. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. De politie heeft op 15 augustus 2025 een bestuurlijke rapportage opgemaakt en die naar de burgemeester gestuurd. Daaruit blijkt dat er naar aanleiding van een melding van een burenconflict, in de woning van verzoeker diverse wapens en munitie zijn aangetroffen. Daarnaast zijn goederen aangetroffen die verband houden met Nationaal-socialistisch gedachtengoed (zie bijlage 1). Van de acht onderzochte wapens vallen een boksbeugel (wapen 5), een gaspistool (wapen 6), een pepperspray (wapen 7) en een raketwerper (wapen 8) onder wapens waarvan het voorhanden hebben strafbaar is gesteld in artikel 13 of artikel 26 van de Wet wapens en munitie (WWM). Het in bezit hebben van de andere vier onderzochte wapens is niet bij wet strafbaar gesteld.
3. Op basis van informatie uit de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij bestreden besluit van 20 augustus 2025 de woning van verzoeker voor de duur van 3 maanden gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
5. Verzoeker heeft een spoedeisend belang bij een beoordeling door de voorzieningenrechter, omdat verzoeker tijdelijk zijn woning niet mag betreden. Dit is niet in geschil.
Grondslag voor sluiting
6. De burgemeester heeft de sluiting gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet. De burgemeester is sinds 1 januari 2024 bevoegd om op grond van dit artikel een woning te sluiten als door het aantreffen in een woning van een wapen als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie de openbare orde rond die woning ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
7. Verzoeker heeft op zitting toegelicht dat hij meent dat er geen sprake is van (vrees voor) een ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoeker betwist dus dat de burgemeester bevoegd was de woning te sluiten op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet. Kort gezegd voert hij aan dat hij een verzamelaar is, de wapens op beurzen zijn gekocht en hij niet wist dat er strafbare wapens bij zaten. De raketwerper betreft volgens hem een onbruikbaar wapen.
8. De burgemeester voert in bijlage 2 ter motivering van de (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde samengevat aan, dat de aanwezigheid van wapens aannemelijk maakt dat verzoeker in het criminele milieu bekend is. Daarnaast is er een aanmerkelijke kans op het gebruik van die wapens in conflictsituaties en op herbewapening. Woningen waar wapens liggen, trekken de aandacht van criminele organisaties en ook na inbeslagneming kan er nog steeds gevaar zijn voor ernstige verstoring, omdat aanwezigheid van wapens in een woning tot maatschappelijke onrust kan leiden. Op zitting heeft de burgemeester nader toegelicht dat er (met name) sprake is van de ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde en niet zozeer dat de openbare orde ernstig is verstoord. Toegespitst op deze situatie heeft de burgemeester aangevoerd dat de hoeveelheid wapens, de verschillende plekken waar deze zijn gevonden en de combinatie met Nationaal-socialistische spullen maakt dat er sprake is van vrees voor een ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoeker heeft volgens de burgemeester niet aangetoond dat hij de aangetroffen wapens op een beurs heeft gekocht.
9. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gemeentewet volgt dat het openbare orde perspectief leidend is en het dus niet gaat om een bestuursrechtelijke handhaving van de WWM door de burgemeester. Niet elk aangetroffen wapen in de woning levert (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring rond die locatie op. Met name niet omdat een wapen dat wordt aangetroffen, in beslag zal plegen te worden genomen. De enkele aanwezigheid volstaat niet om die verstoring of vrees aan te nemen. Is er geen (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde rond de locatie waar het wapen is aangetroffen, dan kan de burgemeester dus niet sluiten. Ook hier geldt dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft, maar dat hij zijn besluit dat het aantreffen van een wapen de sluiting van de woning wettigt, deugdelijk moet motiveren. Wapens die (ernstige vrees voor) zodanige verstoring van de openbare orde met zich brengen, dat sluiting noodzakelijk kan zijn, zijn wapens die plegen te worden gebruikt bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit of waardoor mensen in de buurt zich erg onveilig en angstig voelen. [1]
10. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet is gebleken dat het aantreffen van de wapens heeft geleid tot een ernstige verstoring van de openbare orde. Het lijkt er ook op dat de burgemeester dat niet aan het bestreden ten grondslag heeft gelegd. De vraag is dus of het aantreffen van de wapens de vrees voor een ernstige verstoring van de openbare orde rechtvaardigt.
11. De voorzieningenrechter overweegt in dat verband dat er veel wapens zijn aangetroffen en dat er spullen zijn aangetroffen die wijzen op rechts extremistisch gedachtengoed. Van de acht onderzochte wapens vallen er vier onder artikel 2 van de WWM. Dit zijn een busje pepperspray, een boksbeugel, een gaspistool en een raketwerper. De overige aangetroffen wapens en munitie zijn niet onderzocht. Uit de memorie van toelichting volgt dat het enkele aantreffen van wapens, ook van deze wapens, op zichzelf nog niet voldoende grond biedt voor een sluiting, omdat uit de enkele aanwezigheid van wapens niet afgeleid kan worden dat er ernstige vrees is voor verstoring van de openbare orde. Daarbij is van belang dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter pepperspray, een boksbeugel en een gaspistool geen wapens te zijn die plegen te worden gebruikt bij georganiseerde of ondermijnende criminaliteit. Dat zou anders kunnen zijn voor de raketwerper, maar gelet op de categorisering daarvan, zoals genoemd in de bestuurlijke rapportage, gaat het niet om een echte of bruikbare raketwerper; het is in dezelfde categorie ingedeeld als de pepperspray.
Er moet dus meer zijn om te kunnen oordelen dat sprake is van vrees voor een ernstige verstoring van de openbare orde. Dat meerdere ziet de voorzieningenrechter niet en legt dat hierna uit.
12. De burgemeester heeft in het bestreden besluit in algemene zin gewezen op de mogelijke redenen voor de aanwezigheid van wapens, en de mogelijke gevolgen van de aanwezigheid en het gebruik van wapens en de inbeslagname daarvan. Deze motivering is echter niet toegespitst op de situatie van verzoeker en mist een feitelijke onderbouwing.
De burgemeester heeft onder meer niet toegelicht uit welke feiten en omstandigheden volgt dat verzoeker contacten heeft met het criminele circuit, in welk crimineel circuit verzoeker geacht wordt zich begeven te hebben, waaruit volgt dat de wapens de aanvaarding van gebruik in conflictsituaties impliceert, waar de vrees voor herbewapening op is gestoeld en waaruit volgt dat er nu aanloop vanuit het criminele circuit op zijn woning zal volgen.
Het had op de weg van de burgemeester gelegen om in ieder geval de mogelijke redenen voor de aanwezigheid van wapens, de mogelijke gevolgen van de aanwezigheid van wapens en het gestelde risico op herbewapening te concretiseren met feiten en omstandigheden. Dat heeft de burgemeester niet gedaan. Daar staat tegenover dat de stelling van verzoeker dat hij een verzamelaar is, niet onaannemelijk is. Verzoeker heeft een blanco strafblad. Daarnaast waren verscheidene wapens aan de muur opgehangen en onbruikbaar gemaakt. Dat past niet direct bij criminele intenties en maakt ook dat de vrees voor een ernstige verstoring van de openbare orde minder is.
De motivering van de burgemeester kan daarom het besluit tot woningsluiting op grond van artikel 174a, eerste lid, onder c van de Gemeentewet niet dragen.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 20 augustus 2025 is geschorst tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
14. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten.
De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-. Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet de burgemeester deze vergoeding betalen aan de gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage 1

Slaapkamer
• Raketwerper, in een lade kast (wapen 8);
• Mogelijke vuurwapen revolver, op bed;
• Twee mogelijke lange vuurwapens, in een rek aan de muur;
• Eén luchtdrukwapen van het merk Diana Mod. 23, in een rek aan de muur (wapen 4);
• Gasdruk vuurwapen van het merk Panther 801 onder bed (wapen 1);
• Tien stuks mogelijke patronen, naast bed;
• 100 stuks in twee doosjes mogelijke patronen naast bed;
• Mogelijk geweerloop voor een lang wapen onder bed;
• Vijf mogelijke patronen, in een blikje in het nachtkastje;
• Eén huis in een mandje in het nachtkastje.
• Gaspistool van het merk Colt, dubble eagle (wapen 6)
Woonkamer
• Mogelijke handgranaat;
• Vijf mogelijke patronen;
• Ongeveer 200 stuks metalen BB’s;
• Boksbeugel, salontafel (wapen 5);
• Gasdruk vuurwapen van het merk Record, in een kast (wapen 2).
Kamer boven
• Gasdruk zwartkleurig handvuurwapen van het merk KWC Fire Power, op een stoel (wapen 3);
• Mogelijk pepperspray;
• Pepperspray, in een krat (wapen 7);
• Diverse mogelijke scherpe patronen, in een tas;
• Doosje met erop 75 9mm P.A.K. perfecta’ patronen;
Schuur
• Verschillende patronen in een ijzeren kist;
Verder heeft de politie de volgende goederen aangetroffen:
• Drie rode vlaggen met daarop hakenkruizen en een white pride logo;
• Militaire helm met daarop een logo met hakenkruis;
• Ketting met het logo van “White Pride World Wide”, betrokkene droeg deze ketting mogelijk;
• Speld van een IJzeren Kruis (militaire onderscheiding uit Nazi-Duitsland); - Diverse NSB speldjes;
• Ring met nazikruis en binnenin gegraveerd “Wolf 9.11.1936 H. Himmler”, dit is een verwijzing naar H. Himmler, Himmler
was een Reichsfuhrer-SS;
• Twee boeken, deel 1 en 2, van “Mein Kampt’ door Adolf Hitler;
• Speldje met hakenkruis van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij;
• Krant van de Völkischer Beobachter, dat was de officiële krant van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij;
• Kisten (schoenen) waarvan met witte veters, dit zou symboliek kunnen zijn van white power’.-drie rode vlaggen met daarop hakenkruizen en white pride logo.

Voetnoten

1.MvT Kamerstukken 2022/23, 36 217, nr. 3, pagina 48