ECLI:NL:RBMNE:2025:6090
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken bezwaarschrift
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster behandeld. Verzoekster heeft nagelaten een afschrift van het bezwaarschrift en het besluit waartegen het geschil zich richtte, te overleggen. De rechtbank heeft verzoekster meerdere malen verzocht dit te herstellen, maar binnen de gestelde termijn is hieraan geen gehoor gegeven.
Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet aan de indieningsvereisten wordt voldaan. Omdat verzoekster geen gegronde reden heeft gegeven voor het verzuim, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G. Schnitzler en griffier L.M. Janssens-Kleijn op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bezwaarschrift en onduidelijkheid over het bestreden besluit.