ECLI:NL:RBMNE:2025:6123

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
23/5938
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende bekendmaking beperkingen parkeervergunning

Eiser beschikte sinds 2000 over een parkeervergunning voor de binnenstad van Utrecht, inclusief het rayon van de Twijnstraat. Op 23 augustus 2023 werd vastgesteld dat eiser parkeerde in de Twijnstraat tijdens winkelopeningstijden zonder de verschuldigde parkeerbelasting te betalen. De heffingsambtenaar legde daarop een naheffingsaanslag van €79,54 op.

Eiser voerde aan dat de beperking tijdens winkelopeningstijden niet voldoende kenbaar was gemaakt, omdat er geen specifiek bord aanwezig was en hij niet per brief op de hoogte was gesteld van deze wijziging. De heffingsambtenaar verwees naar de vergunningsvoorschriften op de gemeentelijke website en stelde dat parkeerders geacht worden hiervan op de hoogte te zijn.

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet kon aantonen wanneer de beperking aan eiser bekend is gemaakt, waardoor de bewijslast niet is voldaan. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het bezwaarbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag, en bepaalde dat eiser het griffierecht vergoed krijgt.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende bekendmaking van de beperking op de parkeervergunning.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5938

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] uit [plaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: D.J. Koopmans)

Inleiding

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 oktober 2023 (de bestreden uitspraak), waarbij de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van 5 september 2023 voor een bedrag van € 79,54 is gehandhaafd.
2. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft een reactie op het verweerschrift ingediend.
3. De zaak is behandeld op de zitting van 21 augustus 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (via een beeldverbinding) en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

4. Op 23 augustus 2023 om 09:26 uur heeft een scanauto vastgesteld dat de auto van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd stond op de Twijnstraat in Utrecht. Eiser beschikt over een parkeervergunning voor het rayon waar de Twijnstraat in gelegen is. Maar voor parkeren op de Twijnstraat geldt een beperking dat er tijdens winkelopeningstijden (tussen 9:00 en 18:00 uur) geen gebruik kan worden gemaakt van de parkeervergunning. Eiser heeft niet op de verschuldigde wijze parkeerbelasting betaald. Daarom is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 79,54.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht een naheffing parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Zij is van oordeel dat de heffingsambtenaar onterecht tot naheffing is overgegaan. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
6.1
Eiser voert aan dat hij beschikt over een parkeervergunning voor de binnenstad van Utrecht en dus ook voor de Twijnstraat waar eiser geparkeerd stond. Hij heeft al vanaf 2000 een parkeervergunning; die is in de loop van de jaren uitgebreid naar de binnenstad. Voor alle parkeerplaatsen waarvoor de parkeervergunning niet geldig is, wordt dit volgens eiser ter plaatse met een specifiek bord aangeduid. Dat was niet het geval op de Twijnstraat ten tijde van het parkeren van zijn auto op 23 augustus 2023. De verwijzing naar de vergunningsvoorschriften op de website door de heffingsambtenaar is volgens eiser onvoldoende als bekendmaking van de beperking op de vergunning. Ter zitting heeft eiser verder toegelicht dat hij beschikt over zijn parkeervergunning sinds 2000 en dat wijzigingen, zoals de uitbreiding van het rayon, eerder per brief aan hem bekend zijn gemaakt. Van de beperking tijdens winkelopeningstijden is eiser niet per brief op de hoogte gesteld.
6.2
De heffingsambtenaar wijst erop dat de vergunningsvoorschriften, zoals de restrictie die geldt voor parkeren tijdens winkelopeningstijden in de binnenstad, terug te vinden zijn op de website van de gemeente Utrecht. Parkeerders worden geacht op de hoogte te zijn van de regels en uitzonderingen, ook als er buiten het ‘eigen’ rayon in de binnenstad wordt geparkeerd. De heffingsambtenaar stelt dat de vermelding van beperkingen in de voorschriften voldoende is en dat een verkeersbord niet overal nodig is. De voorschriften zijn per brief kenbaar gemaakt aan eiser volgens de heffingsambtenaar.
6.3
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar ten onrechte de naheffingsaanslag aan eiser heeft opgelegd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser al vanaf 2000 beschikt over zijn parkeervergunning en dat in het verleden de beperking ten aanzien van de Twijnstraat niet gold. Partijen zijn het daarover eens. Op enig moment is deze wijziging doorgevoerd. Ter zitting kon de heffingsambtenaar desgevraagd niet aangeven wanneer de beperking aan eiser bekend is gemaakt, anders dan de enkele verwijzing naar de vergunningsvoorschriften op de website van de gemeente. De heffingsambtenaar heeft daarom niet kunnen aantonen wanneer de beperking met betrekking tot de winkeltijden in de Twijnstraat aan eiser bekend is gemaakt, zodat hij geacht kon worden daar rekening mee te houden. De bewijslast daarvan rust op de heffingsambtenaar. Nu onduidelijk is gebleven wanneer de heffingsambtenaar dit voorschrift kenbaar heeft gemaakt, is de heffingsambtenaar niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast en kleeft er een motiveringsgebrek aan de uitspraak op het bezwaar. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar van 24 oktober 2023. Omdat de enige juiste uitkomst is dat de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven, neemt de rechtbank zelf een beslissing en vernietigt ook de naheffingsaanslag. Deze uitspraak komt in de plaats van de uitspraak op bezwaar. Eiser hoeft de naheffingsaanslag niet te betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2025.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.