Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. F.E. Leeman;
- de advocaat van de verdachte: mr. E.D. van Elst;
- [A ] van [instelling 1] namens de benadeelde partij
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 9 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van verhoor getuige [B] van 16 april 2025, zakelijk weergegeven:
de verklaring van de verdachte op de zitting van 31 oktober 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 25 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van verhoor getuige [C] van 25 april 2025, zakelijk weergegeven:
de rechtbank begrijpt: op 25 april 2025) op het balkon, ik woon op de [straat 1] [nummeraanduiding 4] te [plaats 1] . Ik zag rechts op de parkeerplaats mijn buurman [slachtoffer 2 (voornaam)] (
de rechtbank begrijp: aangever [slachtoffer 2]) staan. Ik zag dat [slachtoffer 2 (voornaam)] richting de zijingang van de flat fietste. Ik zag toen de buurman die ik herkende als [verdachte] aan de rechterzijde van de flat verschijnen. Ik zag dat hij achter mijn buurman [slachtoffer 2 (voornaam)] aanrende die net wegfietste met zware fietstassen vol met kranten. Ik zag dat hij [slachtoffer 2 (voornaam)] 3 á 4 keer op zijn rug, ter hoogte van zijn schouderbladen/nek, sloeg. Ik zag dat hij dit deed met gebalde vuist en met zijn rechterhand. [7]
de verklaring van de verdachte op de zitting van 31 oktober 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 25 april 2025; [8]
de verklaring van de verdachte op de zitting van 31 oktober 2025.
een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 22 april 2025, zakelijk weergegeven:
de rechtbank begrijpt: getuige [D]). Ik zag dat een man een vrouw aanhield en haar ophield. Ik riep naar de man dat hij de vrouw met rust moest laten. Ik zag dat de man weer langs fietste en hierbij zijn middelvinger opstak en daarbij hard riep “kankerbuitenlanders”. Ik zag dat de man op straat bleef staan en hoorde dat hij bleef schreeuwen “kankerbuitenlanders”. Ik zag dat de man met zijn fiets op straat stopte en in zijn nektasje begon te graaien. [11] Ik zag dat hij met zijn rechterhand een bijl uit zijn tasje haalde en deze omhoog hield en naar mij toe kwam gelopen en hoorde dat hij riep:" kom dan, kom dan". Ik zag dat hij de bijl boven zijn hoofd naar achteren haalde. Ik voelde me bedreigd. [12]
een proces-verbaal van getuige [D] van 23 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 22 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 5 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van verhoor getuige [E] van 8 april 2025, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 6 april 2025, zakelijk weergegeven:
de verklaring van de verdachte op de zitting van 31 oktober 2025.
- in de richting van die [slachtoffer 1] te schreeuwen: “Ik maak je kanker dood”, “ik steek je kanker dood”, “ik weet waar je woont”, “ik pak je nog wel” en “ik prik je leeg”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en
- een scherf van een bloempot in de richting van die [slachtoffer 1] te gooien;
- die [slachtoffer 2] eenmaal tegen een been te schoppen en
- meermalen met gebalde vuist tegen de rug en de nek van die [slachtoffer 2] te slaan;
- een mes, althans een scherp voorwerp aan die [slachtoffer 4] te tonen en
- die [slachtoffer 4] daarbij dreigend de woorden toe te voegen “jij bent het probleem vieze buitenlander” en “je weet waar ik woon, dus je bent welkom!”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
en
een boksbeugel, zijnde een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
6.In beslag genomen voorwerpen
9.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 38v, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 3 en 11 van de Opiumwet;
- artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 135 dagen;
30 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 jarenvast;
algemene voorwaardengelden dat de verdachte;
bijzondere voorwaardengelden dat de verdachte;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
3 (drie)jaren;
€ 300,00aan immateriële schade;
- in de richting van die [slachtoffer 1] te schreeuwen: “Ik maak je kanker dood”, “ik steek je kanker dood”, “ik weet waar je woont”, “ik pak je nog wel” en/of “ik prik je leeg”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- (scherven van) een bloempot in de richting van die [slachtoffer 1] te gooien;
- die [slachtoffer 2] eenmaal tegen een been te schoppen en/of
- meermalen met gebalde vuist tegen de rug en/of nek van die [slachtoffer 2] te slaan;
- een mes, althans een scherp voorwerp aan die [slachtoffer 4] te tonen en/of
- die [slachtoffer 4] (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen “jij bent het probleem vieze buitenlander” en/of “je weet waar ik woon, dus je bent welkom!”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
en/of
een boksbeugel, zijnde een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen.