Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar verzoek van 4 november 2021 om aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is in gebreke gesteld op 10 juli 2024. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat verweerder alsnog een besluit moet nemen en legt een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak op voor het nemen van dat besluit. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder tevens een dwangsom van € 50 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het door haar betaalde griffierecht. De rechtbank baseert haar beslistermijn op relevante wetsartikelen en een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke regeling voor aanvullende compensatie onder de Wet hersteloperatie toeslagen.