Eiseres sub 1 heeft bij ASR Schadeverzekering een autoverzekering afgesloten. Na diefstal van de auto deed eiser sub 2, bestuurder van eiseres sub 1, aangifte bij de politie. ASR concludeerde op basis van die aangifte en eigen onderzoek dat eiser sub 2 onjuiste informatie had verstrekt over het laatste gebruik en de technische staat van de auto. Daarom weigerde ASR schadevergoeding uit te keren en nam zij de persoonsgegevens van eiser sub 2 op in interne en externe verzekeringsregisters.
Eiseres sub 1 en eiser sub 2 vorderden betaling van € 24.500,- schadevergoeding en doorhaling van de persoonsgegevens in de registers, met rente en kosten. De kantonrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was om kennis te nemen van de vordering tot doorhaling van persoonsgegevens, omdat dit onder de verzoekschriftprocedure valt op grond van de AVG. Tevens ontbrak het aan een spoedeisend belang voor de schadevergoeding, waardoor ook die vordering werd afgewezen.
De kantonrechter stelde vast dat de persoonsgegevens al geruime tijd geregistreerd stonden en dat eiser sub 2 geen actie had ondernomen om deze registratie eerder te bestrijden. Ook was de vrees voor onverzekerbaarheid van de partner niet onderbouwd en de partner was geen partij in de procedure. De proceskosten werden aan eiseres sub 1 en eiser sub 2 opgelegd.