ECLI:NL:RBMNE:2025:6155

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
602417 HA RK 25-199
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 162 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivatie

Verzoeker heeft op 12 november 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. J.E.S. Dolmans, de behandelend rechter in de hoofdzaak met rekestnummer 25-021526. De hoofdzaak was op 11 november 2025 inhoudelijk behandeld en het onderzoek gesloten. De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld.

Het wrakingsverzoek bevatte slechts een verwijzing naar artikel 162 Sv Pro zonder nadere onderbouwing waarom de rechter partijdig zou zijn. De wrakingskamer oordeelde dat dit onvoldoende is om te concluderen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt. De rechter wordt geacht onpartijdig te zijn totdat het tegendeel is bewezen.

Daarom is het wrakingsverzoek ongemotiveerd en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk wegens gebrek aan motivatie en wijst het wrakingsverzoek af.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 602417 HA RK 25-199
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 14 november 2025
op het verzoek in de zin van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 12 november 2025 mr. J.E.S. Dolmans gewraakt. Mr. J.E.S. Dolmans (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het rekestnummer 25-021526 (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak is op 11 november 2025 inhoudelijk door de rechter op zitting behandeld, waarna het onderzoek is gesloten.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

Het toetsingskader
2.1.
In artikel 512 Sv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
2.3.
Verzoeker heeft een dag na de zitting per e-mail de rechter gewraakt. Verzoeker heeft alleen het volgende vermeldt: “Hierbij wraak ik de rechter die de zitting rekestkamer raadkamer nummer 25-021526 zitting van 11 november voor zat. Wegens overtreding artikel 162 Sv Pro” De wrakingskamer oordeelt dat uit deze e-mail niet blijkt waarom verzoeker van mening is dat de rechter partijdig of vooringenomen is. Verzoeker verwijst alleen naar een wetsartikel, maar dat is onvoldoende. Het wrakingsverzoek is dus ongemotiveerd. [1]
Conclusie
2.4.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met rekestnummer 25-021526 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. J.G. Nicholson en mr. N.A.J. Purcell als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025.
de griffier de rechter
Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter, omdat de voorzitter verhinderd is deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie ook artikel 2.4.2. onder c van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.