Op 19 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking gegeven in een familierechtelijke procedure tussen de moeder en de vader van kinderen. De moeder had haar verzoeken, die betrekking hadden op ouderlijk gezag, omgang en financiële bijdragen voor de kinderen, ingetrokken. De vader had hierop verzocht om uitstel voor het indienen van een verweerschrift, maar de rechtbank had de vader geïnformeerd dat de procedure was geëindigd door de intrekking van de verzoeken door de moeder. De vader maakte bezwaar tegen deze beëindiging en vroeg om een proceskostenveroordeling van de moeder, begroot op € 1.075,-. De rechtbank heeft het verzoek van de vader afgewezen en de proceskosten gecompenseerd, wat betekent dat ieder de eigen kosten moet dragen. De rechtbank oordeelde dat het gebruikelijk is om in familiezaken de proceskosten te compenseren, gezien de relatie tussen partijen. De rechtbank benadrukte dat de moeder het recht had om haar verzoeken in te trekken zonder overleg met de vader, en dat de vader niet benadeeld was in zijn mogelijkheden om verzoeken in te dienen. De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding was om van de gebruikelijke praktijk af te wijken en dat de vader niet opnieuw een eigen bijdrage hoefde te betalen voor het indienen van nieuwe verzoeken, aangezien zijn toevoeging al eerder was afgegeven.