In deze familierechtelijke procedure heeft de moeder haar verzoeken met betrekking tot ouderlijk gezag, omgang, kosten van verzorging en spaartegoeden van de kinderen ingetrokken. De advocaat van de moeder heeft zich onttrokken, waarna de moeder in persoon haar verzoeken introk. De vader vroeg uitstel voor het indienen van een verweerschrift, maar de rechtbank beëindigde de procedure vanwege de intrekking van het verzoek door de moeder.
De vader maakte bezwaar tegen het beëindigen van de procedure en verzocht de moeder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank overwoog dat in familiezaken het gebruikelijk is om proceskosten te compenseren vanwege de relatie tussen partijen en dat de moeder vrij was haar verzoeken in te trekken zonder overleg met de vader.
De rechtbank oordeelde dat de procedure niet op verzoek van de moeder was geëindigd, maar door haar intrekking en dat het ontbreken van overleg niet in strijd was met de goede procesorde. Hoewel de vader de mogelijkheid had moeten krijgen om een verzoek tot proceskostenveroordeling in te dienen, is het feit dat hij griffierecht moest betalen een omstandigheid die aan hemzelf te wijten is.
De rechtbank wees het verzoek van de vader af en compenseerde de proceskosten, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. De beslissing werd genomen door kinderrechter G.L.M. Urbanus en uitgesproken op 19 november 2025.