Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op zijn verzoek om aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade, ingediend op 8 september 2023. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser tijdig ingebreke is gesteld en beroep heeft ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 2 mei 2025, een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij voor aanvullende compensatieaanvragen geen vooraankondiging verplicht is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier W.J.T. Twijnstra op 18 februari 2025 in Utrecht.