Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ZITTING
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.R.A. van IJzendoorn;
- de advocaat van de verdachte: mr. R.A.A. Kool, advocaat te Heiloo.
2.TENLASTELEGGING
3.BEWIJS
[de rechtbank begrijpt: 2 februari 2025]was ik, verbalisant [verbalisant 5] , ter plaatse bij het ongeval op de Markerwaarddijk. Ik merkte tijdens het aanrijden dat de weg glad was door de vorst.
4.BEWEZENVERKLARING
5.KWALIFICATIE EN STRAFBAARHEID
6.STRAF
7.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
8.BESLISSING
ontzegtde verdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 maanden;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.