ECLI:NL:RBMNE:2025:6191

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
11916299
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1 huurovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsvordering wegens beëindiging huurovereenkomst na laatste kans beleid

Partijen sloten op 28 september 2023 een woonbegeleidingsovereenkomst 'laatste kans beleid' en een huurovereenkomst voor twee jaar voor een woning in een plaats. Eiseres, Bo-Ex, stelt dat gedaagde zijn verplichtingen uit deze overeenkomsten niet is nagekomen en heeft hem op 23 april en 21 augustus 2025 geïnformeerd dat de huurovereenkomst niet wordt voortgezet na 28 september 2025.

Bo-Ex vordert in kort geding ontruiming van de woning omdat de huurovereenkomst volgens haar van rechtswege is geëindigd. De kantonrechter stelt dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat het waarschijnlijk is dat Bo-Ex in een bodemprocedure gelijk krijgt.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft sinds 28 september 2025. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering, waarbij het belang van Bo-Ex om de woning weer te kunnen verhuren zwaarder weegt dan het belang van gedaagde om te blijven. De ontruimingstermijn wordt op zeven dagen gesteld en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt gedaagde binnen zeven dagen de woning te verlaten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11916299 \ UV EXPL 25-254
Vonnis in kort geding van 20 november 2025
in de zaak van
Stichting Bo-Ex '91,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Bo-Ex,
gemachtigde: mr. P.F.M. Broos,
tegen
[gedaagde],
wonende in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de betekende dagvaarding met producties ontvangen en gelezen.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 14 november 2025. Namens Bo-Ex is verschenen [A] , [functie] , en de gemachtigde. Namens [gedaagde] is verschenen mevrouw [B] . Zij is door [gedaagde] voorafgaande aan de mondelinge behandeling telefonisch gemachtigd om namens hem het woord te voeren. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Partijen hebben met ingang van 28 september 2023 een woonbegeleidingsovereenkomst ‘laatste kans beleid’ en een separate huurovereenkomst voor de duur van twee jaar gesloten voor de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). Volgens Bo-Ex voldoet [gedaagde] niet aan zijn verplichtingen uit de gesloten overeenkomsten. Bo-Ex heeft daarom op 23 april 2025 en 21 augustus 2025 aan [gedaagde] bericht dat de huurovereenkomst niet zal worden voortgezet na het verstrijken van de periode van twee jaar. Volgens Bo-Ex is de huurovereenkomst op 28 september 2025 van rechtswege geëindigd. In dit kort geding vordert Bo-Ex daarom ontruiming van de woning. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen en hieronder uitleggen waarom.

3.De beoordeling

3.1.
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat er feiten of omstandigheden zijn die meebrengen dat vanwege spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of het waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure de vordering zal worden toegewezen. Daarbij past, vanwege het voorlopige karakter van de oordelen in een kortgedingprocedure, geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering.
Er is sprake van een spoedeisend belang
3.2.
Het spoedeisend belang van Bo-Ex is gegeven met de aard van de vordering. Als [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft, maakt hij onrechtmatig inbreuk op het eigendomsrecht van Bo-Ex. Bovendien heeft Bo-Ex er dan belang bij om de woning zo snel mogelijk weer te kunnen verhuren aan een andere woningzoekende.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft en zal de vordering tot ontruiming daarom toewijzen. Hierover wordt als volgt overwogen.
3.4.
Op grond van artikel 3.1 van de huurovereenkomst is de overeenkomst aangegaan voor een periode van twee jaar en eindigt deze op 28 september 2025. Bo-Ex heeft [gedaagde] met aangetekende brieven van 29 april 2025 en 21 augustus 2025 op de hoogte gesteld van het eindigen van de huurovereenkomst op 28 september 2025 en het niet voortzetten hiervan vanwege het niet nakomen van uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Zo diende hij mee te werken aan woonbegeleiding en hulpverlening, mocht hij geen overlast bezorgen en diende hij (uiteraard) de huur te betalen. Uit de brief van 29 augustus 2025 (productie 3 bij dagvaarding) volgt dat Bo-ex [gedaagde] in al deze verplichtingen te kort schiet.
3.5.
[gedaagde] is door Bo-Ex op de hoogte gesteld van de verplichting om de woning uiterlijk op 28 september 2025 te verlaten. [gedaagde] woont echter nog steeds in de woning. Nu de huurovereenkomst op 28 september 2025 is geëindigd, verblijft [gedaagde] sindsdien zonder recht of titel in de woning. Daarom zal [gedaagde] de woning moeten verlaten.
3.6.
Een afweging van de belangen van partijen leidt volgens de kantonrechter niet tot een ander oordeel. Het belang van Bo-Ex om op te treden tegen het zonder recht of titel in gebruik hebben van de woning, het ongestoorde woongenot te kunnen garanderen van de andere huurders in het wooncomplex en het belang om de woning zo snel mogelijk weer ter beschikking te krijgen om het aan een (andere) huurder te verhuren die wel aan zijn of haar verplichtingen voldoet, prevaleert boven het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven. [gedaagde] heeft deze woning toegewezen gekregen onder strikte voorwaarden en als laatste kans. Hij wist dan ook dat hij zich diende te houden aan alle voorwaarden op straffe van verlies van de woning. [gedaagde] heeft deze kans verspeeld. Onder deze omstandigheden dient het belang van [gedaagde] te wijken voor dat van Bo-Ex.
3.7.
Gelet op het voorgaande zal de door Bo-Ex gevorderde ontruiming worden toegewezen. Om [gedaagde] gelegenheid te geven de woning te ontruimen zal de ontruimingstermijn op zeven dagen worden bepaald.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bo-Ex worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
957,47
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
3.9.
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt. De reden voor toewijzing is - zoals reeds is overwogen in r..o. 3.5 - gelegen in het feit dat de huurovereenkomst al is geëindigd op 28 september 2025 en [gedaagde] dus sindsdien zonder recht of titel in het gehuurde verblijft.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] in [plaats] ontruimd en verlaten te hebben met al hetgeen zich vanwege [gedaagde] daarin of daarop bevindt en al diegenen die zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] bevinden, onder afgifte van alle sleutels, en de woning ter vrije beschikking van Bo-Ex te stellen;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 957,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
LHJ/63796