In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de toepassing van bestuursdwang door het wegslepen van haar auto van het [straat] in Utrecht op 27 juli 2024. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 oktober 2024, waarin het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht stelde dat de auto terecht was weggesleept en dat de kosten daarvan bij haar in rekening waren gebracht. De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2025 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigden van het college.
De rechtbank oordeelt dat eiseres gedeeltelijk gelijk heeft, omdat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand, omdat eiseres inhoudelijk geen gelijk krijgt. De rechtbank concludeert dat eiseres op de hoogte had kunnen zijn van het parkeerverbod, dat duidelijk was aangegeven met borden. Ook oordeelt de rechtbank dat het college niet verplicht was om vooraf contact op te nemen met eiseres voordat haar auto werd weggesleept.
De rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar van 2 oktober 2024, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Eiseres heeft recht op vergoeding van het griffierecht, maar er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.