De voorzieningenrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 november 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 15 oktober 2025 tot openbaarmaking van een toezichtsrapport van de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het openbaarmakingsbesluit en vorderde schorsing van het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, stellende dat het rapport feitelijke onjuistheden bevat. De minister verklaarde op 7 november 2025 dat het rapport en het besluit worden herzien, dat verzoekster gelegenheid krijgt te reageren op onjuistheden, en dat het openbaarmakingsbesluit zal worden ingetrokken en vervangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door deze toezegging het spoedeisend belang ontbreekt en het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk ongegrond is. De procedure wordt niet aangehouden vanwege het spoedeisende karakter van de voorlopige voorziening.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoekster, omdat verzoekster de procedure moest starten om de herziening en opschorting te bewerkstelligen. De proceskosten bedragen €907,- plus het griffierecht van €385,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.