ECLI:NL:RBMNE:2025:6267

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
UTR 24/5965
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag door bestuursorgaan

Op 5 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Eiser had beroep aangetekend omdat verweerder niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Op 31 oktober 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen. De rechtbank heeft besloten partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit in deze zaak niet nodig was. Eiser had met zijn beroep beoogd dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag, en omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft eiser zijn doel bereikt. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, aangezien eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank heeft geen uitspraak gedaan over de inhoud van het beroep, omdat het doel van eiser al was bereikt. Verder is vastgesteld dat er geen proceskosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, aangezien het beroepschrift niet door een advocaat of andere professionele juridische hulpverlener is ingediend. Verweerder is wel verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de partijen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5965

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] te [plaats] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag.
Op 31 oktober 2024 verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat eiser wilde en de rechtbank hoeft dit dan ook niet meer aan verweerder op te dragen. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over het beroep.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiser gelijk had met zijn beroep. Dit is om de volgende reden. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder heeft beslist, heeft eiser al bereikt wat hij wilde bereiken. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn oorspronkelijke beroep (geen procesbelang).
5. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
6. Uit het dossier blijkt niet dat er proceskosten zijn gemaakt die vergoed kunnen worden. Kosten die gemaakt zijn voor het inschakelen van een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat het beroepschrift niet is ingediend door een advocaat of andere professionele juridische hulpverlener, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
7. Verweerder moet wel het griffierecht aan eiser betalen (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet vergoeden;
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van
L. El Kabch, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen. rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.