Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J.H. Swart).
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat eiser het griffierecht van €53,- niet heeft voldaan, een vereiste volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiser op 8 oktober 2025 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te betalen. Deze brief is op 10 oktober 2025 ontvangen. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet of niet tijdig ontvangen, en heeft eiser geen geldige reden voor het uitblijven van betaling opgegeven.
Op grond van artikel 8:54 Awb Pro leidt het niet betalen van griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier I. van Ittersum op 18 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.