ECLI:NL:RBMNE:2025:6318

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
UTR 25/3768
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 6:9 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen besluit UWV

Stichting JIM heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 2 mei 2025. De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het beroepschrift te laat is ontvangen, namelijk op 18 juni 2025, terwijl de termijn eindigde op 13 juni 2025.

De rechtbank heeft Stichting JIM in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het beroepschrift na afloop van de beroepstermijn was ingediend. Stichting JIM gaf aan het beroepschrift op 13 juni 2025 te hebben verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken door middel van een poststempel of andere bewijsstukken. Hierdoor is de termijnoverschrijding niet gerechtvaardigd.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Stichting JIM krijgt geen gelijk en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 18 november 2025.

Uitkomst: Het beroep van Stichting JIM is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3768

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen

Stichting JIM, uit Amersfoort, eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
2 mei 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van Pro de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het beroepschrift niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen en tijdig ter post is bezorgd.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 2 mei 2025. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 13 juni 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 18 juni 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 23 juni 2025 in de gelegenheid gesteld om te laten weten waarom zij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Eiseres heeft op voorgaand verzoek van de rechtbank gereageerd op 21 juli 2025. Eiseres stelt dat zij het beroepschrift op 13 juni 2025 ter post heeft bezorgd.
5. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift binnen een week na afloop van de beroepstermijn is ontvangen. Bij het ontbreken van een poststempel op de envelop waarin het beroepsschrift is verzonden, kan de rechtbank niet vaststellen of het beroepschrift binnen de beroepstermijn ter post is bezorgd. Eiseres heeft dit ook niet anderszins aannemelijk gemaakt. Het beroepschrift is dus te laat ingediend.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.