ECLI:NL:RBMNE:2025:6331

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
16/154457-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van verkrachting in studentenhuis na onvoldoende bewijs

In de strafzaak tegen de verdachte, geboren in 2000, werd hij beschuldigd van verkrachting van een medestudent op 18 juni 2022 in Utrecht. De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 10 november 2025. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de aangeefster onvoldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken vaak slechts twee personen aanwezig zijn bij de tenlastegelegde handelingen, wat het bewijs bemoeilijkt. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende steunbewijs was voor de verklaring van de aangeefster, waardoor de verdachte niet kon worden veroordeeld. De rechtbank sprak de verdachte vrij op 24 november 2025, omdat de verklaring van de aangeefster niet voldoende werd ondersteund door ander bewijs. De rechtbank merkte op dat de emotionele toestand van de aangeefster en de geconstateerde verkleuringen op haar lichaam niet als sluitend bewijs konden dienen voor de tenlastelegging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/154457-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 november 2025 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
verblijvende op het adres [adres 2] , [adres 3] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 november 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. Dam;
  • de advocaat van de verdachte: mr. E. van der Meer;
  • het slachtoffer: [slachtoffer] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op 18 juni 2022 in Utrecht [slachtoffer] heeft verkracht.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Inleiding
In de vroege ochtend van zaterdag 18 juni 2022 ontmoeten de verdachte en [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) elkaar tijdens het uitgaan in [horeca gelegenheid] in Utrecht. Buiten het café kletsen en knuffelen ze elkaar. Op enig moment besluit de verdachte dat hij naar het studentenhuis wil gaan waar hij die nacht zou blijven slapen. [slachtoffer] loopt met de verdachte mee naar het huis. Eenmaal aangekomen bij het studentenhuis gaat [slachtoffer] mee naar binnen waar de verdachte vervolgens door een van de bewoners de kamer van ‘ [bijnaam] ’ wordt toegewezen. [slachtoffer] gaat met de verdachte mee de desbetreffende kamer in. Hierna is er sprake van seksueel contact tussen [slachtoffer] en de verdachte. De verhalen over wat er precies gebeurd is lopen sterk uiteen.
[slachtoffer] verklaart dat ze de verdachte naar huis heeft gebracht om ervoor te zorgen dat hij daar veilig zou aankomen omdat hij te veel gedronken had. Toen zij meeging naar de kamer om de verdachte in bed te leggen, zou er tegen haar zin seksueel contact hebben plaatsgevonden waarbij zij werd gedwongen tot het ondergaan van handelingen die onder andere bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Op enig moment kon zij wegkomen en is zij naar buitengegaan. Eenmaal buiten belt [slachtoffer] haar neef [getuige] (hierna: [getuige] ), die [slachtoffer] niet veel later geëmotioneerd in de buurt van het huis aantreft.
De verdachte verklaart dat er sprake was van seksueel contact met wederzijdse instemming, waarbij het initiatief van twee kanten kwam. Na het seksuele contact heeft hij aangegeven dat [slachtoffer] niet kon blijven slapen omdat het niet zijn kamer was en heeft hij haar verzocht om weg te gaan.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd. Het standpunt van de officier van justitie wordt, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren wordt opgelegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte geheel vrij te spreken. De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat in zedenzaken doorgaans slechts twee personen aanwezig waren bij de tenlastegelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte kan dat de beantwoording van de bewijsvraag ingewikkeld maken. Op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet alleen worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring moet er sprake zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer.
Betrouwbaarheid
In zedenzaken dient de rechtbank te toetsen of de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar zijn en bruikbaar zijn voor het bewijs. Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid kijkt de rechtbank onder andere naar de consistentie, de gedetailleerdheid, en de wijze waarop de verklaringen tot stand zijn gekomen.
Steunbewijs
Indien sprake is van betrouwbare verklaringen van de aangeefster moet de rechtbank, om tot een veroordeling te komen, ook beoordelen of die verklaringen voldoende steun vinden in het overige bewijs. Niet is vereist dat dit steunbewijs betrekking heeft op de hele tenlastelegging. Het is voldoende dat de verklaring van de aangeefster op onderdelen steun vindt in ander bewijs. Dit moet worden beoordeeld op basis van de concrete feiten en omstandigheden van het voorliggende geval.
Toepassing van het kader
In deze zaak staat niet ter discussie dat [slachtoffer] en de verdachte op 18 juni 2022 in Utrecht seksueel contact hebben gehad. Zowel [slachtoffer] als de verdachte hebben dit verklaard. De verklaringen over wat er die nacht gebeurd is en de aard van het seksuele contact lopen echter sterk uiteen.
De rechtbank komt alles afwegend tot het oordeel dat er in dit geval sprake is van onvoldoende ander bewijs dat de verklaring van [slachtoffer] op cruciale punten ondersteunt. Nu de rechtbank van oordeel is dat er onvoldoende steunbewijs is, komt de rechtbank niet toe aan de toetsing van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] , omdat ook in het geval dat de rechtbank tot oordeel zou komen dat deze verklaring betrouwbaar is, er geen veroordeling van de verdachte kan volgen. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Getuigenverklaring [getuige]
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verklaring van getuige [getuige] kan worden gebruikt als steunbewijs, omdat hij de emotie van [slachtoffer] heeft waargenomen kort nadat zij het studentenhuis heeft verlaten.
[getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij en zijn vrienden [slachtoffer] stilzittend op straat hebben aantroffen en dat ze schreeuwde dat ze verkracht was, maar ook dat ze op vragen (wie en waar), geen antwoord kon geven. Ook gaf [getuige] aan niet te weten wat er op de slaapkamer van de verdachte is gebeurd.
De rechtbank stelt vast dat [getuige] ruim twee jaar na het voorval door de politie is gehoord. Volgens de rechtbank is het van belang dat getuigen in zedenzaken die kunnen verklaren over waargenomen emoties zo spoedig mogelijk worden gehoord om informatie over de situatie te verstrekken, zodat de herinnering van de getuige zo min mogelijk wordt beïnvloed door externe factoren.
De rechtbank stelt verder vast dat [getuige] mee is gegaan naar het informatieve gesprek en er ook bij was toen [slachtoffer] aan haar ouders vertelde dat zij was verkracht. Gelet op het lange tijdsverloop en het gegeven dat [getuige] op verschillende momenten betrokken is geweest bij momenten waarop [slachtoffer] haar verhaal vertelde, bestaat het risico dat zijn herinnering onbewust is gekleurd. Verder constateert de rechtbank dat de verklaring van [getuige] op belangrijke punten afwijkt van de aangifte. Zo verklaart [slachtoffer] in haar aangifte dat ze veel moest huilen toen [getuige] met zijn vrienden bij haar kwam en dat het even duurde voordat ze rustig werd en kon uitleggen wat er was gebeurd, hetgeen niet in overeenkomt met de verklaring van [getuige] waarin hij zegt dat [slachtoffer] schreeuwde wat haar was overkomen. De verklaringen lopen voor wat betreft de momenten waarop de emoties zijn geuit dan ook uiteen. Dat maakt dat, hoewel de rechtbank aanneemt dat er emoties in het spel waren, in het midden blijft op welke wijze die precies zijn geuit.
De verdediging heeft op de zitting nog een alternatief scenario naar voren gebracht. De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] kort na de seks heeft gevraagd om naar huis te gaan en dat zij dit niet leuk vond. De verdediging stelt dat de emoties van [slachtoffer] ook daardoor kunnen worden verklaard. Het is voorstelbaar dat [slachtoffer] in paniek raakte toen haar de deur is gewezen in de vroege ochtend in een plaats waar zij niet bekend was en door een persoon waarmee zij vlak daarvoor seks heeft gehad.
De rechtbank is van oordeel dat het door de verdediging gestelde alternatieve scenario op basis van het dossier niet als hoogst onwaarschijnlijk ter zijde kan worden geschoven, waardoor in redelijkheid getwijfeld kan worden over welk scenario waarheid is. Dat [slachtoffer] geëmotioneerd was toen zij het studentenhuis verliet, past bij zowel de verklaring van [slachtoffer] als die van de verdachte.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [getuige] waarin hij aangeeft hevige emoties bij [slachtoffer] te hebben waargenomen niet kan worden gebruikt als steunbewijs.
Het geconstateerde letsel
Tijdens het forensisch medisch onderzoek (hierna: FMO) dat plaatsvond twee dagen na het voorval worden er verkleuringen aangetroffen op de knie, het scheenbeen en schuin onder de vagina van [slachtoffer] . Volgens de officier van justitie past dit letsel bij de verklaring van [slachtoffer] waarin zij zegt dat de verdachte niet bepaald zachtzinnig was.
De rechtbank stelt vast dat het waargenomen letsel zou kunnen passen bij een verkrachting, maar dat de verkleuringen niet dusdanig van aard zijn dat deze niet ook zouden kunnen passen bij seksueel contact dat met wederzijdse instemming heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelt verder vast dat tijdens het FMO geen ander letsel, bijvoorbeeld aan haar bovenarm heeft waargenomen, terwijl [slachtoffer] daarover verklaard heeft daar hardhandig te zijn vastgepakt.
Bovenstaande maakt dat ook de geconstateerde verkleuringen op het lichaam van [slachtoffer] niet als steunbewijs kan worden gebruikt.
Conclusie
Nu de verklaring van [slachtoffer] op basis van het dossier onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, oordeelt de rechtbank dat niet is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en zal zij de verdachte vrijspreken.

4.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Terstegge, voorzitter, mr. J.P. Verboom en mr. M.S. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. Pronk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 juni 2022 te Utrecht door geweld of een andere feitelijkheid
en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid) [slachtoffer] heeft
gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
immers heeft hij, verdachte
- meermalen, althans eenmaal zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer]
gebracht en/of geduwd en/of bewogen,
bestaande het geweld en/of een andere feitelijkheid en/pf die bedreiging met
geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans
eenmaal
terwijl die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen verdachte heeft gezegd het
niet te willen en/of dat hij moest stoppen en/of dat hij haar los moest laten,
- die [slachtoffer] op het bed heeft gegooid en/of geduwd en/of
- met zijn lichaam bovenop het lichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen en/of
- de handen en/of armen van die [slachtoffer] (met kracht) vast te pakken en/of te
houden en/of
- de jurk van die [slachtoffer] omhoog te duwen en/of te trekken en/of
- de onderbroek van die [slachtoffer] opzij te schuiven.