De gemeente Utrechtse Heuvelrug vordert in kort geding dat ontwikkelingsmaatschappij Bovenkwartier nakomt aan contractuele verplichtingen uit een anterieure overeenkomst, namelijk het stellen van een bankgarantie van €300.000 en het slopen van het gebouw [gebouw] vóór 1 mei 2026. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen toe en legt dwangsommen op, maar wijst tussentijdse deadlines af wegens gebrek aan grondslag.
Bovenkwartier betwist haar financiële draagkracht om aan deze verplichtingen te voldoen en stelt dat het opleggen van dwangsommen een verkapte schadevergoeding zou zijn. De rechtbank oordeelt dat Bovenkwartier onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet kan nakomen, mede gelet op de omvangrijke verkoopopbrengsten van gerealiseerde appartementen en het ontbreken van concrete onderbouwing van financiële problemen.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vorderingen, waarbij de belangen van de gemeente zwaarder wegen dan die van Bovenkwartier. De proceskosten worden aan Bovenkwartier opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 25 november 2025 uitgesproken door rechter M.S.T. Belt.