Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de akte van [eiseres] ;
- de akte van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak stond de geldigheid van een overeenkomst tussen eiseres en gedaagde centraal, waarbij de totstandkoming via een bestelknop op internet plaatsvond. De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis dat de bestelknop niet duidelijk maakte dat met het aanklikken een betalingsverplichting werd aangegaan, wat in strijd is met artikel 6:230v lid 3 BW.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres niet voldeed aan de precontractuele informatieplicht en de informatieplicht omtrent het herroepingsrecht, zoals voorgeschreven in de artikelen 6:230m lid 1 sub h BW en 6:230v lid 1 en 7 BW. Gedaagde heeft zich niet verzet tegen de voorgenomen vernietiging van de overeenkomst.
Eiseres voerde aan dat de bestelknop in 2021 voldeed aan de toen geldende eisen, maar dit werd verworpen omdat de wettelijke tekst uit 2014 dateert. Ook het argument dat vernietiging gevolgen zou hebben voor de verzekeringspolis van gedaagde werd niet gevolgd, mede omdat gedaagde zich niet tegen vernietiging heeft verzet.
De kantonrechter vernietigde de overeenkomst volledig met terugwerkende kracht, waardoor gedaagde geen abonnementskosten hoeft te betalen en de vordering van eiseres wordt afgewezen. De proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: De overeenkomst wordt vernietigd omdat de bestelknop niet voldoet aan de wettelijke eisen, waardoor geen betalingsverplichting is aangegaan.