Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 november 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
[derde belanghebbende], uit [plaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen op het voordakvlak van een woning in een beschermd stadsgezicht. De vergunninghouder heeft de aanvraag ingediend en de vergunning is op 22 augustus 2025 verleend. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en besloot zonder zitting uitspraak te doen. De vergunninghouder gaf aan de werkzaamheden voorlopig niet te starten, mede op sociale gronden. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. Mocht de vergunninghouder toch starten, dan gebeurt dit op eigen risico en voor eigen rekening, omdat de vergunning nog niet onherroepelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het plaatsen van zonnepanelen ongedaan gemaakt kan worden indien de vergunning in bezwaar wordt herroepen, zodat er geen sprake is van een onomkeerbare situatie. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.