Partijen sloten een overeenkomst waarbij gedaagde een nieuwe webshop voor eiser zou ontwikkelen. De webshop ging later live dan afgesproken en eiser stelde diverse tekortkomingen vast, waaronder onvolledige datamigratie en ontbrekende functies.
De rechtbank stelde vast dat de late oplevering niet aan gedaagde kon worden toegerekend omdat fouten in de oude webshop het geautomatiseerd overzetten van data onmogelijk maakten. Eiser kon niet aantonen dat gedaagde verplicht was de data handmatig over te zetten binnen de afgesproken termijn.
Verder kon de rechtbank geen gebreken aan de nieuwe webshop vaststellen, omdat eiser onvoldoende concrete onderbouwing gaf. Ook was niet overeengekomen dat gedaagde de Google-positie zou behouden.
De vorderingen van eiser werden afgewezen, terwijl de factuur van gedaagde voor de uitgevoerde werkzaamheden werd toegewezen. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke rente en proceskosten.