5.3.Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte had een pistool en munitie in zijn bezit, die beide vallen onder categorie III van de Wet wapens en munitie. De munitie en het pistool, een omgebouwd gas-of alarmpistool naar een scherpschietend pistool, zijn aangetroffen in het plafond van de badkamer van de woning van de verdachte bij [instelling] . De verdachte verbleef destijds bij [instelling] in het kader van een bijzondere voorwaarde in een andere strafzaak. Het is ernstig dat het wapen naar binnen is gebracht in een wooncomplex waar veelal kwetsbare personen wonen.
Verder is zorgelijk dat een eerder opgelegde (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf, met daarbij een breed pakket aan bijzondere voorwaarden, de verdachte er niet van heeft weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Ook vindt de rechtbank het zorgelijk dat de verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven over de herkomst van het aangetroffen vuurwapen en de munitie en de reden waarom hij deze in zijn bezit had, temeer omdat de valkuil van de verdachte - onder andere - is dat hij moeite heeft met weerstand bieden aan zijn netwerk. De rechtbank overweegt dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie in het algemeen een ernstig risico oplevert voor de veiligheid van mensen en bovendien het gevoel van onveiligheid in de samenleving versterkt. Dat deze risico’s reëel zijn, blijkt uit het grote aantal geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt en waarbij regelmatig (dodelijke) slachtoffers vallen. De rechtbank is daarom van oordeel dat streng moet worden opgetreden tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het uittreksel justitiële documentatie van 9 mei 2025 dat betrekking heeft op de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder een veroordeling in 2016 voor het bezit van een vuurwapen.
De rechtbank houdt verder rekening met de reclasseringsrapporten van Reclassering Inforsa Amsterdam van 19 augustus 2025, 7 oktober 2025 en 4 november 2025, opgesteld door reclasseringswerker mevrouw C. Kleine. Uit deze rapporten volgt dat het risico op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden volgens de reclassering onverminderd hoog is. Dit geldt ondanks dat de verdachte sinds 10 oktober 2025 is opgenomen in de [verblijfplaats] , waar hij verblijft vanwege zijn ernstige psychiatrische en verslavingsproblematiek. De reclassering ziet, ondanks een moeizame start en wisselende motivatie van de verdachte bij zijn behandeling in de [verblijfplaats] , toch nog mogelijkheden dat de verdachte zich aan voorwaarden zal committeren. De reclassering adviseert oplegging van een deels voorwaardelijke straf met – samengevat – de volgende bijzondere voorwaarden:
- Meldplicht bij reclassering (na afspraak);
- Opname in een zorginstelling;
- Ambulante behandeling;
- Begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- Dagbesteding;
- Meewerken aan middelencontrole;
- Meewerken aan schuldhulpverlening.
Daarnaast noemt de reclassering in haar rapport contra-indicaties voor het opleggen van een geldboete, taakstraf of een gevangenisstraf die langer zou zijn dan het voorarrest.
De getuige-deskundige mevrouw Kleine van Reclassering Inforsa Amsterdam heeft tijdens de zitting van 12 november 2025 een toelichting gegeven op de rapporten. Zij heeft herhaald dat de verdachte, ondanks een moeizame start, heeft aangegeven bereid te zijn mee te werken aan het (binnenkort te starten) behandeltraject en andere bijzondere voorwaarden, hoewel zijn motivatie hiervoor wisselend is. Ook heeft zij geadviseerd om de eerder opgelegde bijzondere voorwaarden (parketnummer 13/035123-23) te wijzigen overeenkomstig de in het kader van deze zaak geadviseerde bijzondere voorwaarden. De eerder opgelegde bijzondere voorwaarden (parketnummer 13/035123-23) zijn inmiddels verouderd, behoudens het contactverbod. Daarnaast heeft zij toegelicht dat het voor de verdachte van grote meerwaarde is dat hij wordt begeleid door de heer A. Akhath van BuddyCoach & Co.
Verder heeft getuige-deskundige de heer A. Akhath van BuddyCoach & Co tijdens de zitting van 12 november 2025 het belang van zijn begeleiding toegelicht. Hij heeft aangegeven dat zijn rol als hulpverlener verschilt van die van andere hulpverleners, met name omdat hij de verdachte al lange tijd kent en er sinds een eerder opgelegde PIJ-maatregel een hechte band tussen hen bestaat. Volgens hem lukt het juist vanwege die langdurige relatie om goed contact met de verdachte te hebben en te onderhouden, terwijl dat voor andere hulpverleners vaak ingewikkeld blijkt. De verdachte vindt het moeilijk om personen te vertrouwen en hij heeft een vertrouwensband met de verdachte opgebouwd. Hij heeft aangegeven dat de betrokkenheid van BuddyCoach & Co is weggevallen nadat de verdachte van [plaats 1] naar [plaats 2] is verhuisd, omdat de gemeente daar een andere hulpverlener heeft ingeschakeld. Hij heeft benadrukt dat de verdachte bij BuddyCoach & Co in een warm bad komt, met gemeende aandacht, hetgeen volgens hem wenselijk is voor de verdachte.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het voorhanden hebben van een pistool dat betrekking heeft tot categorie III van de Wet wapens en munitie is een gevangenisstraf voor 4 maanden wanneer iemand dit voorhanden heeft gehad in een woning, en 8 maanden wanneer iemand dit voorhanden heeft gehad in een openbare ruimte.
Voor het voorhanden hebben van scherpe munitie, wanneer het gaat om 1-50 patronen, geldt als oriëntatiepunt een geldboete van € 150,00 tot en met € 350,00.
De rechtbank is, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte heeft al 222 dagen in voorlopige hechtenis gezeten, wat gezien de zorgwekkende en bedenkelijke omstandigheden waaronder het vuurwapen en de munitie zijn aangetroffen, en de overige omstandigheden van deze zaak, passend is. De rechtbank zal gelet daarop geen gevangenisstraf opleggen die langer is dan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, ook omdat dit zijn huidige behandeltraject zou doorkruizen.
De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment het belangrijkst is dat de verdachte de juiste zorg en begeleiding krijgt. In dat kader is op verzoek van de advocaat van de verdachte een zorgmachtiging overwogen, maar hier is negatief over gerapporteerd. De rechtbank deelt het standpunt van de officier van justitie en de reclassering dat het van belang is dat de verdachte blijft meewerken aan het behandeltraject dat reeds is gestart, en dat aan hem ook de overige bijzondere voorwaarden worden opgelegd die door de reclassering zijn geadviseerd. De rechtbank zal deze voorwaarden echter niet opnemen in een nieuw op te leggen voorwaardelijk strafdeel, maar koppelen aan de eerder opgelegde voorwaardelijke straf met parketnummer 13/035123-23. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 7 van dit vonnis.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 222 dagen op, met aftrek van het voorarrest.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.