Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:6410

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
24/6958
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een Wajong-uitkering af te wijzen. De aanvraag betrof een laattijdige beoordeling van arbeidsvermogen, waarbij het UWV oordeelde dat eiseres op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had en thans ook niet duurzaam arbeidsongeschikt is.

De rechtbank heeft het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek beoordeeld, waarbij twee verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige concludeerden dat eiseres weliswaar klachten heeft, maar voldoende belastbaar is om arbeid te verrichten. Eiseres stelde dat haar klachten ernstiger en duurzamer waren dan het UWV aannam, maar zij kon dit niet met medische stukken onderbouwen.

De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de medische rapporten consistent en begrijpelijk zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Wel wordt eiseres proceskosten en griffierecht toegekend omdat het UWV in beroep haar standpunt heeft gewijzigd over haar ingezetenschap op haar achttiende verjaardag en een nieuwe motivering heeft gegeven.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de Wajong-uitkering geweigerd wegens arbeidsvermogen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D. Gürses),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(Uwv), verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).

Inleiding en besluitvorming

In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong). Eiseres is op [geboortedatum] 2010 achttien jaar geworden. Op 1 maart 2016 heeft zij een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend voor een Wajong-uitkering (de eerste aanvraag). Het Uwv heeft met het besluit van 7 juni 2016 de aanvraag van eiseres afgewezen.
Op 4 juli 2018 heeft eiseres opnieuw een beoordeling arbeidsvermogen aangevraagd. Het Uwv heeft met het besluit van 9 juli 2018 aan eiseres laten weten dat zij geen Wajong uitkering kan krijgen omdat zij op haar achttiende verjaardag niet in Nederland woonde. Eiseres heeft op 16 juli 2018 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van 9 juli 2018. Met de beslissing op bezwaar van 5 september 2018 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Op 6 juni 2023 heeft eiseres opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft in de beslissing van 21 juni 2023 wederom aan eiseres laten weten dat zij geen Wajong-uitkering kan krijgen omdat zij op haar 18e verjaardag niet in Nederland woonde. Eiseres heeft op 11 juli 2023 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het Uwv. Met de beslissing op bezwaar van 26 september 2024 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 september 2024. Naar aanleiding van de door eiseres nader ingediende stukken heeft het Uwv per brief van 20 januari 2025 zijn standpunt gewijzigd en aangegeven dat eiseres op haar achttiende verjaardag ingezetene was in Nederland. Naar aanleiding daarvan is de afdeling sociaal medische zaken opgedragen om de Wajong aanvraag van eiseres opnieuw te beoordelen.
Het Uwv heeft met de beslissing van 9 mei 2025 opnieuw besloten op de aanvraag van eiseres. Omdat eiseres op 1 maart 2016 al een Wajong-uitkering had aangevraagd ziet het Uwv de aanvraag van 6 juni 2024 als een verzoek om een andere beslissing te nemen op haar aanvraag van 1 maart 2016. Het Uwv blijft in deze beslissing bij de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Zij ziet geen aanleiding om terug te komen op de beslissing van 7 juni 2016 en ook thans komt eiseres niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering.
6. Eiseres heeft per brief van 19 juni 2025 aanvullende beroepsgronden ingediend tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft om die reden een aanvullend verweerschrift ingediend.
7. De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
8. De rechtbank beoordeelt of het Uwv terecht geen Wajong-uitkering aan eiseres heeft toegekend. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
9. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat het Uwv de aanvraag om een Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Het besluit van 26 september 2024 en het herstelbesluit van 9 mei 2025
10. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit van 9 mei 2025 een wijzigingsbesluit betreft ten aanzien van het besluit van 26 september 2024. Om die reden merkt de rechtbank dit besluit aan als een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat het besluit van 9 mei 2025 niet volledig tegemoet komt aan het beroep van eiseres, is het beroep van rechtswege gericht tegen dit besluit. Het besluit van 9 mei 2025 is in de plaats gekomen van het besluit van 26 september 2024. De rechtbank zal het beroep hiertegen beoordelen.
De laattijdige aanvraag
11. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1992. Op 6 juni 2023 heeft zij een nieuwe aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend voor een Wajong-uitkering. Eiseres heeft een zogenoemde laattijdige aanvraag gedaan, eiseres heeft namelijk niet op of rond haar achttiende verjaardag een Wajong-uitkering aangevraagd, maar op latere leeftijd. Er is daarmee sprake van een
laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Op laattijdige aanvragen die zijn ontvangen na
1 januari 2015 is de Wajong 2015 van toepassing. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) ligt de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdige Wajong-aanvraag bij de aanvrager. [1] Het is dus aan eiseres om haar standpunt met stukken te onderbouwen. Voor zover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de gezondheidstoestand van eiseres op de van belang zijnde data en het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen komen deze omstandigheden voor risico van eiseres. Voorgaande staat tussen partijen niet ter discussie. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of eiseres op haar achttiende verjaardag of in de vijf jaren daarna duurzaam geen arbeidsvermogen had.
12. Eiseres stelt dat er sprake is van ernstige en chronische gezondheidsbelemmeringen die het voor haar onmogelijk maken om arbeid te verrichten, zoals rugklachten ten gevolge van tuberculose en psychische problematiek. Eiseres voert aan dat zij in het dagelijks leven nauwelijks iets zelfstandig kan ondernemen en volledig afhankelijk is van anderen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar klachten duurzaam zijn, nu deze zijn ontstaan in 2013. Het ontbreken van een ‘anatomisch substraat’ betekent volgens eiseres niet dat de klachten niet echt of ingebeeld zouden zijn. Eiseres stelt dat zij meer beperkt is dan wordt aangenomen door de verzekeringsartsen.

Medisch onderzoek

13. Aan het bestreden besluit liggen medische onderzoeken door twee verzekeringsartsen ten grondslag. Het Uwv mag besluiten over arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn.
14. Verzekeringsarts [A] heeft het dossier bestudeerd en eiseres gezien op het spreekuur van 12 mei 2016. De verzekeringsarts heeft in de rapportage van 2 juni 2016 – kortgezegd- het volgende gerapporteerd. Eiseres is in 2014 aan haar rug geopereerd. Naast de fysieke en psychische problematiek is ook sprake van psychosociale en financiële problemen. Eiseres is nu, na een vrij recente val, niet in staat te achten om elke dag 4 uur per dag werkzaamheden te verrichten. De verwachting richting de toekomst is wel dat de situatie nog wezenlijk kan veranderen. De verzekeringsarts concludeert:
- de eerste arbeidsongeschiktheidsdag ligt in april 2013;
- er is sinds april 2013 sprake van beperking van de belastbaarheid, als rechtstreeks en medisch objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek;
- eiseres is niet ten minste vier uur per dag belastbaar, daarmee heeft zij nu geen arbeidsvermogen;
- het ontbreken van arbeidsvermogen is voorlopig niet duurzaam te achten.
15. Verzekeringsarts [B] heeft het dossier bestudeerd en eiseres gezien op het spreekuur van 3 maart 2025, waarbij lichamelijk en psychisch onderzoek is verricht. De verzekeringsarts heeft twee rapportages opgemaakt, op 8 april 2025 en op 6 mei 2025. In de rapportage van 8 april 2025 is - kort samengevat - het volgende gerapporteerd. Hij gaat daarbij uit van de volgende diagnoses:
- Status na tuberculose spondylodiscitis thoracale 3-4;
- Benauwdheid e.c.o.;
- Obesitas; en
- Rugpijn thoracaal en lumbaal, chronisch.
Eiseres heeft klachten in navolging van eerdere medische gebeurtenissen waarbij er geen aanwijzingen zijn van acute nieuwe problematiek. Bepaalde factoren spelen in deze klachten een mogelijk bijkomend negatieve rol. Er resteren daarnaast klachten bij inspanning en naar buiten gaan en algehele lage energie. Het is voorstelbaar dat eiseres regelmatig rust vanwege ervaren pijn, echter gezien de onderliggende pathologie (chronische rugklachten, waarbij verstandig bewegen juist wordt geadviseerd) worden de klachten niet als dusdanig ernstig gezien dat een urenbeperking van minder dan 4 uur per dag nodig is. De situatie zoals deze was ten tijde van de eerste Wajong beoordeling is niet meer aan de orde. De verzekeringsarts concludeert dat eiseres:
- één uur aaneengesloten bezig kan zijn met een taak;
- vier uur op een dag actief kan zijn;
- een opdracht kan begrijpen, onthouden en uitvoeren.
Bij de beoordeling in 2016 werd gesteld dat eiseres geen arbeidsvermogen had omdat zij na een recente gebeurtenis door de combinatie van verschillende problematiek niet elke dag vier uur belastbaar werd geacht. Ten tijde van het huidige spreekuur is er nog steeds sprake van bepaalde klachten en beperkingen, bij een stabiele medische situatie. Er zijn geen nieuwe medische inzichten waardoor er anders naar de vorige beoordeling moet worden gekeken. Medisch gezien is er geen reden om aan te nemen dat er geen basale werknemersvaardigheden zijn.
16. In de rapportage van 6 mei 2025 heeft de verzekeringsarts nog gereageerd op de ingebrachte medische informatie van 15 april 2025 van de orthopedisch chirurg. Daarin staat dat de klachten nu aspecifiek zijn, zonder anatomisch substraat. De pijnklachten zijn niet goed te verklaren. De verzekeringsarts concludeert dat deze informatie in overeenstemming is met de al bekende gegevens en geen aanleiding geeft om de belastbaarheid anders in te schatten.
Arbeidskundig onderzoek
17. Aan het bestreden besluit ligt ook arbeidsdeskundig onderzoek door een arbeidsdeskundige ten grondslag.
18. Arbeidsdeskundige [C] heeft in zijn rapport van 8 mei 2025 geconcludeerd dat eiseres arbeidsvermogen heeft, omdat zij een taak kan uitvoeren en beschikt over basale werknemersvaardigheden. Zij komt dus niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering
Zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
19. Eiseres heeft aangevoerd dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest, omdat uit de rapportage onvoldoende blijkt hoe tot de vaststelling is gekomen dat eiseres arbeidsvermogen heeft. De ernst van haar klachten is onderschat. In de tussenliggende periode sinds de aanvraag in 2016 zijn er geen inhoudelijke beoordelingen geweest, waardoor de duurzaamheid niet is vastgesteld.
20. De rechtbank ziet geen aanleiding het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. Eiseres is gezien op het spreekuur op 3 maart 2025 en er is medische informatie opgevraagd en dossieronderzoek verricht. In de rapportages van de verzekeringsarts is de medische informatie zichtbaar bij de beoordeling betrokken. De rapportages zijn inzichtelijk en consistent. Dat eiseres vindt dat haar klachten zijn onderschat komt hierna aan de orde bij de juistheid van de medische beoordeling.
De medische beoordeling
21. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft. Het Uwv moet daarom eerst beoordelen of eiseres voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiseres kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
- eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden;
- eiseres kan niet een uur aangesloten werken;
- eiseres is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan, dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het Uwv dan beoordelen of deze situatie duurzaam is. Bij de beoordeling maakt het Uwv gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het Uwv het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
22. Het UWV beoordeelt bij een laattijdige aanvraag allereerst of er op het moment van de aanvraag duurzaam geen arbeidsvermogen is. Als dat het geval is, wordt daarna teruggekeken of dat op de achttiende verjaardag dan wel in de Amber-periode van vijf jaren daarna al het geval was. Alleen dan heeft eiseres aanspraak op een Wajong-uitkering. In dit geval heeft het UWV vastgesteld dat eiseres op dit moment arbeidsvermogen heeft. Het UWV heeft daarom niet teruggekeken in de tijd, omdat hieruit volgt dat eiseres hoe dan ook geen aanspraak kan maken op een Wajong-uitkering. Het UWV heeft ook geen aanleiding gezien terug te komen op het besluit van 7 juni 2016, omdat er geen nieuwe medische informatie is overgelegd die tot een andere beoordeling leidt.
23. In beroep heeft eiseres aangevoerd dat het Uwv bij de laatste beoordeling ten onrechte heeft vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft en dat zij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen. Ook stelt zij dat het Uwv in het eerdere besluit van 7 juni 2016 ten onrechte heeft vastgesteld dat er geen sprake was van duurzaamheid van haar beperkingen.
24. De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige in hun rapportages gemotiveerd hebben uiteengezet waarom eiseres thans niet voldoet aan de voorwaarden voor recht op een Wajong-uitkering, en waarom er geen reden is om terug te komen op het eerdere besluit van 7 juni 2016. De verzekeringsarts heeft in de rapportage van 8 april 2025 de door eiseres gemelde klachten en beperkingen en de overgelegde medische informatie betrokken, en in de rapportage van 6 mei 2025 gereageerd op de later ingebrachte medische informatie. Dat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige op basis van de beschikbare informatie in het dossier tot een andere uitkomst zijn gekomen dan de uitkomst die eiseres nastreeft, betekent niet dat de uitkomst onjuist is. Bovendien heeft eiseres niet aangegeven welke van de in overweging 21 genoemde voorwaarden volgens haar onjuist zijn beoordeeld door het Uwv en waarom, en heeft zij geen (medische) informatie overgelegd die had moeten leiden tot een andere beoordeling. De rechtbank overweegt dat door eiseres geen medische informatie is overgelegd die het standpunt van eiseres dat zij meer beperkt is dan is aangenomen door de verzekeringsarts ondersteunt. Ook heeft zij geen medische informatie overgelegd die moet leiden tot een herziening van het besluit van 7 juni 2016. Zonder medische stukken die haar standpunten onderbouwen blijft het bij haar eigen beleving, welke in de juridische beoordeling niet doorslaggevend kan zijn. In de laatste medische informatie die is overgelegd en is betrokken bij de beoordeling, zoals de medische informatie van de orthopedisch chirurg van het UMCU d.d. 15 april 2025 en de brief van de huisarts d.d. 13 maart 2025, ziet de rechtbank ook geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordelingen van de verzekeringsartsen.
25. De rechtbank is daarom van oordeel dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres thans arbeidsvermogen heeft. Ook heeft het Uwv zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen reden is om terug te komen op het besluit van 7 juni 2016, en eiseres ook thans en voor de toekomst geen recht op een Wajong-uitkering heeft. Het voorgaande heeft als gevolg dat het beroep van eiseres niet slaagt. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd ook geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. Zij wijst dit verzoek af.

Conclusie en gevolgen

26. Het beroep tegen het besluit van 9 mei 2025 is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft geweigerd om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. Omdat dit besluit pas in beroep is genomen en het Uwv daarbij is teruggekomen op het standpunt dat eiseres op haar achttiende verjaardag geen ingezetene was in Nederland, en aan het besluit een nieuwe motivering ten grondslag heeft gelegd, heeft eiseres wel recht op vergoeding van haar proceskosten en van het griffierecht.
27. De vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten bedraagt € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Ook moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van
mr. T. Mennen, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025. De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 30 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1678.