Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van (voorwaardelijke) eis in reconventie met producties 1 tot en met 5,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een consument en een BV over de uitvoering van werkzaamheden aan een parketvloer, waarbij de opdrachtnemer tekort is geschoten. De consument had de overeenkomst ontbonden wegens gebreken zoals een schrale laklaag, vlekken en onvolledig geplaatste plinten. Een expert stelde de tekortkomingen vast.
De kantonrechter oordeelde dat het vervalbeding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend was en vernietigde dit. De opdrachtnemer had onvoldoende herstel geboden en mocht niet vasthouden aan de inzet van dezelfde medewerker die de gebreken had veroorzaakt. Ook mocht herstel niet afhankelijk worden gesteld van betaling, omdat dit beding eveneens onredelijk bezwarend was.
De consument had de overeenkomst op 26 februari 2024 buitengerechtelijk ontbonden en vorderde schadevergoeding. De rechter wees een deel van de gevorderde schadevergoeding toe, waaronder herstelkosten, gedeelde expertisekosten en materiaalkosten voor plinten, maar wees vorderingen af die niet gerelateerd waren aan de tekortkomingen, zoals verblijfskosten van de eerste dag, reiskosten en vergoeding voor verlies aan vrije tijd.
De BV werd veroordeeld tot betaling van €1.010,19 plus wettelijke rente vanaf 14 januari 2025 en de proceskosten. De vorderingen van de BV in reconventie werden afgewezen wegens ontbinding van de overeenkomst.
Uitkomst: De BV moet €1.010,19 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten betalen wegens tekortkomingen en ontbinding van de overeenkomst.