Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van (voorwaardelijke) eis in reconventie met producties 1 tot en met 5,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 3 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen [eiser] en [gedaagde] B.V. [eiser] had een overeenkomst gesloten met [gedaagde] voor het schuren en lakken van zijn parketvloer, inclusief het vervangen van plinten. Na onvrede over de uitgevoerde werkzaamheden, waarbij gebreken werden vastgesteld door een expert, heeft [eiser] de overeenkomst ontbonden. De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst en dat [eiser] recht had op schadevergoeding. De kantonrechter heeft vastgesteld dat [gedaagde] een bedrag van € 1.010,19 aan [eiser] moet betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 januari 2025. De rechter heeft ook geoordeeld dat de proceskosten voor [gedaagde] komen te liggen, omdat deze in het ongelijk is gesteld in zowel de conventie als de reconventie. De uitspraak benadrukt de onredelijkheid van bepaalde vervalbedingen in de algemene voorwaarden van [gedaagde] en bevestigt de rechten van consumenten in dergelijke overeenkomsten.