Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw wenst te scheiden en de man verzoekt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen, waaronder de toevertrouwing van de kinderen aan hem, een zorgregeling en een informatieregeling.
De vrouw is met de kinderen naar een geheime locatie vertrokken uit vrees voor huiselijk geweld van de man, die zij als agressor aanduidt. Zij overlegt diverse bewijsstukken, waaronder hulpverleningsrapporten, aangiften en medische documentatie. De man betwist de ernst van de situatie, erkent incidenteel geweld maar ontkent mishandeling van de kinderen.
De rechtbank stelt vast dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de kinderen getuige zijn geweest van huiselijk geweld en dat zij PTSS-klachten vertonen. De veiligheid van de vrouw en kinderen staat voorop, waardoor de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd. Een zorg- en informatieregeling wordt niet vastgesteld vanwege de veiligheidsrisico's.
De rechtbank ziet geen noodzaak voor een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming op dit moment, gezien de betrokkenheid van hulpverlening en de onzekerheid over de duur van de echtscheidingsprocedure. De beslissing wordt genomen door kinderrechter H.E. Spruit en uitgesproken op 27 november 2025.