ECLI:NL:RBMNE:2025:6539

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/5900
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-indienen beroepsgronden in Nederlandse taal

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin kinderbijslag werd toegekend. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen deze beslissing. Bij het indienen van het beroep overhandigde eiser beroepsgronden in het Engels, die de rechtbank niet als geldig erkende omdat deze niet in het Nederlands waren opgesteld.

De rechtbank heeft eiser tweemaal verzocht om de beroepsgronden alsnog in het Nederlands in te dienen, maar hierop is geen reactie gekomen. Zonder geldige beroepsgronden kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden in de Nederlandse taal.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5900

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.

Inleiding

1. Met het besluit van 16 mei 2024 heeft verweerder kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal van 2024. Eiser heeft op 2 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het bezwaar was te laat ingediend en eiser kon voor 7 augustus 2024 aangeven wat de reden hiervoor was. Bij beslissing van 6 augustus 2024 is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft op 4 september 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Verweerder heeft op 14 oktober 2024 een verweerschrift ingediend.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij hiertoe komt.
4. Bij het instellen van het beroep op 4 september 2024 heeft eiser gronden van beroep overgelegd. De beroepsgronden zijn opgesteld in de Engelse taal. Echter merkt de rechtbank deze niet aan als gronden van beroep. Dit document is in de Engelse taal opgesteld en de rechtbank kan daarom geen kennis nemen van de inhoud van dit document.
5. De rechtbank heeft eiser daarom op 18 oktober 2024 in de Nederlandse taal en nog eens op 18 november 2024 in de Engelse taal verzocht om binnen vier weken de gronden van beroep in de Nederlandse taal te in te dienen.
6. Eiser heeft niet op deze brieven gereageerd. De rechtbank heeft dus tot op heden geen gronden van beroep in de Nederlandse taal ontvangen. Eiser heeft ook geen reden gegeven waarom hij de gronden van beroep niet in de Nederlandse taal heeft ingediend of zou kunnen indienen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
S.N. Lekatompessij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.