Eiser, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om afbetaling van private schulden. Het primaire besluit van 13 juni 2023 wees dit verzoek af. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank oordeelt dat de minister niet heeft bewezen dat het besluit tijdig is verzonden, omdat er geen deugdelijke verzendadministratie is en het besluit mogelijk niet is ontvangen.
Het besluit is wel per e-mail verzonden, maar vanaf een onbekend e-mailadres, waardoor het mogelijk in de spambox van eiser is beland. De rechtbank stelt vast dat eiser het besluit pas op 9 januari 2024 ontving, waarna de bezwaartermijn begon te lopen. Eiser diende zijn bezwaar op 27 februari 2024 in, te laat volgens de wettelijke termijn.
De rechtbank acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar, ook niet vanwege het ontbreken van juridische bijstand. Het beroep wordt gegrond verklaard omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit tijdig bekend is gemaakt, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.