Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 25 juli 2025;
- de brief van 5 november 2025 van de ABS, met bijlage.
- verzoekers met hun advocaat en de heer A.F.D. van den Broek, tolk in de Engelse taal,
- mr. [A] ( [functie] ), mevrouw [B] en de heer [C] , (ambtenaren van de burgerlijke stand), namens de gemeente [gemeente 1] .
2.Waar de procedure over gaat
3.De beoordeling
De conclusie
- De man beschikt niet meer over een geldige verblijfsvergunning. De man was in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, geldig van 6 november 2020 tot 6 november 2025 met als doel ‘verblijf bij partner, mevrouw [D] ’. Bij beschikking van 3 mei 2024 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is deze verblijfsvergunning ingetrokken, met terugwerkende kracht per 5 november 2022. De man heeft hiertegen tevergeefs bezwaar gemaakt. Ook heeft de man tevergeefs beroep ingesteld bij de rechtbank, welke procedure medio 2025 is afgerond.
- Uit verkregen informatie van de IND is gebleken dat de man tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd bij de IND en de gemeente [gemeente 1] over zijn relatie(s). Tijdens het interview bij de gemeente [gemeente 1] op 8 mei 2025 hebben verzoekers verklaard dat zij vanaf oktober 2023 een relatie hebben. In het kader van de procedure voor zijn verblijfsvergunning voor ‘verblijf bij partner, mevrouw [D] ’ heeft de man in zijn brief van 29 februari 2024 echter verklaard dat hij nog een relatie had met mevrouw [D] en met haar samenwoonde. Ook in de brief van 26 juni 2024 en in de procedure bij de rechtbank heeft de man op 18 september 2024 in de beroepsgronden verklaard dat hij tot 11 juni 2024 nog een relatie had en samenleefde met mevrouw [D] . Hierdoor twijfelt de ABS aan de geloofwaardigheid van de relatie tussen verzoekers vanaf oktober 2023.
- De echtscheiding tussen de man en mevrouw [D] is ingeschreven op [2025] en daarna had de man haast om te trouwen met de vrouw.
- Verzoekers hebben eerder een poging gedaan om een melding van voorgenomen huwelijk te doen in een andere gemeente. Dit kan erop duiden dat er bewust op zoek is gegaan naar een gemeente die het huwelijk wil voltrekken.
- Op 8 mei 2025 stond de man nog ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres van mevrouw [D] .
- De man heeft vanaf oktober 2023 geen aanvraag gedaan bij de IND voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij de vrouw.
- Binnen twee weken na de inschrijving van de echtscheiding van de man zijn er al stappen gezet om het huwelijk tussen verzoekers te voltrekken. Zo is er telefonisch geïnformeerd naar de wachttijd voor een huwelijk bij de gemeente [gemeente 2] , is een gesprek bij de gemeente [gemeente 3] gemaakt en afgezegd en is de (online) melding voorgenomen huwelijk bij de gemeente [gemeente 1] gedaan.
- Op de vraag hoe de relatie van verzoekers eruit ziet, hebben zij geantwoord dat zij eenmaal per maand een wandeling samen maken.
- Op het verzoek om iets te laten zien of foto’s te tonen waaruit hun relatie blijkt, hebben verzoekers één foto getoond van een wandeling in Utrecht op 7 mei 2024.
- De ABS heeft geconstateerd dat er een (andere) man staat ingeschreven op het adres van de vrouw, van ongeveer de leeftijd van de vrouw, die geen familie is van de vrouw.
- Na het interview van 8 mei 2025 heeft de man gevraagd aan de ABS om niet alle informatie die hij heeft gegeven met de vrouw te delen. Daarom heeft de ABS op 13 juni 2025 twee verschillende brieven met het besluit naar verzoekers gestuurd.