Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] met 16 producties,
- het verweerschrift van [verweerder] met 11 producties,
- de namens [verzoekster] op 20 oktober 2025 nagezonden producties 17 en 18.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft het ontslag van [verzoekster] als statutair bestuurder van [verweerder] B.V. op 20 mei 2025, gevolgd door opzegging van de arbeidsovereenkomst. [verzoekster] betwist de rechtsgeldigheid van het ontslagbesluit en vordert vernietiging en voortzetting van de arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat het ontslagbesluit vernietigbaar is omdat het is genomen in strijd met wettelijke bepalingen, waaronder het advies- en hoorrecht van de bestuurder. Het besluit stond al vast vóór de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, waardoor het adviesrecht van [verzoekster] geen zin had.
Gevolg is dat de arbeidsovereenkomst voortduurt na 1 juli 2025. De rechtbank stelt vast dat partijen hadden afgesproken de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2026 te beëindigen, maar gezien de contractuele opzegtermijn en aanvang werkzaamheden bij een nieuwe werkgever, eindigt deze op 1 december 2025. [verweerder] wordt veroordeeld tot loondoorbetaling tot die datum, exclusief bonusbetaling. Het verzoek tot wedertewerkstelling wordt afgewezen wegens korte resterende termijn.
De bonusregeling is discretionair en de werkgever mocht besluiten geen bonus toe te kennen vanwege het schaden van vertrouwen door [verzoekster]. Verder wordt een vergoeding van buitengerechtelijke kosten toegekend en wordt [verweerder] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd en [verweerder] moet loon doorbetalen tot 1 december 2025, met afwijzing van bonus en wedertewerkstelling.