ECLI:NL:RBMNE:2025:6567

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/6811
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging opvang Oekraïners na incident met afluisterapparatuur

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers, twee Oekraïense vluchtelingen, behandeld. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad heeft op 25 november 2025 besloten de opvang van verzoekers in de gemeentelijke opvanglocatie SGL te beëindigen na een incident op 22 november 2025. Tijdens dit incident hebben verzoekers afluisterapparatuur geplaatst in de eetzaal en de locatiemanager beschuldigd, wat leidde tot de inschakeling van de politie. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gedragingen van verzoekers zo ernstig zijn dat het college de opvang kon beëindigen. Hoewel verzoekers bezwaar hebben gemaakt en om een voorlopige voorziening hebben gevraagd, oordeelt de voorzieningenrechter dat de belangen van het college zwaarder wegen dan die van verzoekers. Het college heeft in de bezwaarfase voldaan aan de verplichting om alternatieve opvang te regelen, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek afwijst. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een veilige woonomgeving en de vertrouwensrelatie tussen de opvangmedewerkers en de bewoners.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6811
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, het college
(gemachtigden: mr. A.J.M. Paanakker en E. Steringa).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het besluit van het college van 25 november 2025. Met dit besluit heeft het college besloten de opvang van verzoekers in de gemeentelijke opvanglocatie SGL in [woonplaats] met onmiddellijke ingang te beëindigen en hen de toegang tot deze locatie te ontzeggen.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, namelijk het schorsen van het besluit van 25 november 2025, zodat zij weer toegang hebben tot en opvang hebben in de opvanglocatie.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers en hun dochter, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college. Voor verzoekers was een tolk aanwezig.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Verzoekers zijn afkomstig uit Oekraïne. Zij verblijven samen met hun kinderen en (schoon)moeder sinds drie jaar in [woonplaats] . Volgens het college heeft verzoeker zich op 20 november 2025 tijdens een gesprek met de algemeen manager van de opvanglocatie verbaal agressief geuit. Het college was voornemens verzoeker hiervoor een waarschuwing te geven. Maar op 22 november 2025 deed zich opnieuw een incident voor. Dit incident is (grotendeels) op camerabeelden vastgelegd. Volgens het college is hierop te zien dat verzoeker onder één van de tafels in de openbare ruimte een device (afluisterapparatuur) plaatst. Na enige tijd verschijnt de politie, die door verzoekster is gebeld. Verzoeker haalt het device tevoorschijn en overhandigt dit aan de politie. Verzoeker stelt dat hij wordt afgeluisterd, waarbij hij een groot aantal keer de naam van de locatiemanager noemt. Vervolgens heeft hij een klacht ingediend en geklaagd over het feit dat er in de eetzaal afluisterapparatuur is geplaatst precies op de plek waar hij elke dag op hetzelfde tijdstip koffie drinkt.
Het college heeft in deze (volgens haar onterechte) aantijging aanleiding gezien om de verstrekkingen aan verzoekers in te trekken en hen de toegang tot de opvanglocatie te ontzeggen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
4. Het college heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben, omdat zij nu bij kennissen verblijven en hun (minderjarige) kinderen en de (schoon)moeder nog in de opvanglocatie verblijven, zodat er geen sprake is van dakloosheid. Hier gaat de voorzieningenrechter niet in mee. De omstandigheid dat verzoekers niet meer op de opvanglocatie mogen verblijven en hun kinderen en (schoon)moeder wel, waardoor het gezin nu van elkaar gescheiden is, maakt dat zij voldoende spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorziening.
5. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het besluit van 25 november 2025 te schorsen.
6. Op 27 juni 2024 is de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne in werking getreden. Op grond van artikel 2, eerste lid, van deze wet draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de opvang van ontheemden. In de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (de Regeling) zijn nadere regels gesteld over deze bevoegdheid van het college. De Regeling schrijft voor welke verstrekkingen het college moet bieden bij de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne. Eén van deze verstrekkingen is onderdak in opvangvoorzieningen die een toereikend huisvestingsniveau bieden.
7. In artikel 7, eerste lid, van de Regeling is bepaald dat het college deze verstrekkingen in bepaalde gevallen kan beperken of intrekken. Dit kan onder meer als de ontheemde ernstig inbreuk maakt op het Huishoudelijk reglement of een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners of personen die werkzaam zijn in de voorziening.
De reden van de beëindiging van de opvang
8. Het college verwijt verzoeker dat hij afluisterapparatuur onder een tafel in de eetzaal heeft geplaatst, vervolgens de politie heeft gebeld en de manager van de opvanglocatie hiervan heeft beschuldigd. Het college heeft camerabeelden overgelegd waarop dit alles volgens het college te zien is. De voorzieningenrechter heeft deze beelden bekeken en heeft net als het college de overtuiging gekregen dat het verzoeker zelf is geweest die de afluisterapparatuur onder de tafel heeft bevestigd. De beelden laten wat dat betreft niets aan duidelijkheid te wensen over. Verzoekers lezing van wat er op de beelden te zien zou zijn, namelijk dat hij de apparatuur onder de tafel ontdekt, strookt hiermee geenszins. Door verzoekers is niet bestreden dat deze gedraging in strijd is met het Huishoudelijk reglement. Hun stelling op de zitting dat dit een zaak is voor de politie en dat er (strafrechtelijk) onderzoek moet plaatsvinden, doet hier niets aan af. De voorzieningenrechter is het met het college eens dat deze overtreding dusdanig ernstig is dat dit de beëindiging van de opvang op deze locatie rechtvaardigt.
9. Tijdens de zitting is gesproken over de mogelijkheid om een minder vergaande maatregel op te leggen, zoals een ontzegging van de toegang tot de gemeenschappelijke ruimten en de personeelsruimte, maar het college heeft gemotiveerd uiteengezet dat dit praktisch niet haalbaar is. Om in hun eigen woonruimte te komen moeten verzoekers door de gemeenschappelijke ruimte, waardoor dit niet kan.
Alternatieve opvang
10. Zoals verzoekers echter terecht naar voren hebben gebracht is het inmiddels vaste rechtspraak dat bij het beperken of intrekken van verstrekkingen de ontheemde altijd in de minimale basisvoorzieningen, zoals eten en onderdak, moet worden voorzien. Dit volgt uit de toelichting op de Regeling en samenhang met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 november 2019 [1] .
11. De voorzieningenrechter stelt vast dat het recht op opvang van verzoekers is beëindigd zonder hen een alternatief te bieden. In het besluit van 25 november 2025 zijn verzoekers er weliswaar op gewezen dat zij zich voor verdere opvang en begeleiding kunnen wenden tot de maatschappelijke opvang en dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het maken van een melding of afspraak bij het Leger des Heils, maar dat is niet afdoende. Dit betekent dat het besluit is genomen in strijd met de Regeling en dus een gebrek bevat. In zoverre heeft het bezwaar dan ook een redelijke kans van slagen. Gelet echter op hetgeen hierna wordt overwogen ziet de voorzieningenrechter toch geen reden om het verzoek toe te wijzen.
12. Het college heeft tijdens de zitting meegedeeld dat verzoekers direct zijn aangemeld bij het landelijke coördinatiepunt voor de opvang van Oekraïners. Op 4 december 2025 is bekend geworden dat de gemeente [woonplaats] bereid is gevonden om verzoekers tezamen met hun kinderen en (schoon)moeder opvang te bieden per 8 december 2025. De voorzieningenrechter stelt vast dat daarmee het gebrek in het besluit is hersteld.
Belangenafweging
13. De voorzieningenrechter maakt vervolgens een belangenafweging. Wat de voorzieningenrechter daarbij doet, is beoordelen welke belangen verzoekers en het college hebben bij het al dan niet beëindigen van de opvang in [woonplaats] en het voortzetten van de opvang in [woonplaats] , en die belangen vervolgens tegen elkaar afwegen.
14. Verzoekers hebben er belang bij om hun leven in [woonplaats] voort te kunnen zetten. Zij wonen daar al drie jaar en hebben daar hun leven opgebouwd. De kinderen gaan daar naar school en de oudste dochter loopt er stage. Verzoekster heeft een fulltime baan in [plaats] , die zij vanwege de afstand niet zal kunnen behouden als zij naar [woonplaats] moet verhuizen. Daartegenover staat het belang van het college bij het bieden van een veilige woonomgeving aan bijna 400 mensen en een goede vertrouwensrelatie tussen haar werknemers en de mensen die zij opvang biedt.
15. De voorzieningenrechter vindt het belang van het college in dit geval zwaarder wegen. Het college stelt dat de vertrouwensrelatie tussen de medewerkers van de opvanglocatie en verzoekers door het incident op 22 november 2025 onherstelbaar is beschadigd. De voorzieningenrechter vindt dit zeer voorstelbaar. Dit is het gevolg van het verwerpelijke handelen van verzoekers zelf. Van het college kan onder deze omstandigheden niet worden verlangd dat zij de opvang van verzoekers voortzet. De voorzieningenrechter is zich er van bewust dat de consequenties voor verzoekers en met name hun kinderen groot zijn. Zij stellen terecht dat dit een inmenging is in hun privéleven, maar deze inmenging is naar het oordeel van de voorzieningenrechter gerechtvaardigd. Daarbij is van belang dat het hele gezin naar [woonplaats] kan verhuizen en dat het gezin niet van elkaar wordt gescheiden. De voorzieningenrechter weegt ook mee dat verzoekers beiden een inkomen (uit fulltime werkzaamheden) genieten, wat hen de mogelijkheid biedt om zelf in of nabij [woonplaats] woonruimte te zoeken.
Conclusie en gevolgen
16. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekers niet terug kunnen keren naar de opvanglocatie SGL in [woonplaats] .
17. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.ECLI:EU:C:2019:956, Haqbin tegen België.