ECLI:NL:RBMNE:2025:657
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van hoekwoning in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €655.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Hij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de verouderde keuken, het ondergemiddelde duurzaamheidsniveau, matige isolatie en de ligging aan het spoor, wat de waarde zou drukken.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen in dezelfde wijk en met vergelijkbare ligging aan het spoor werden opgenomen. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat met de genoemde waardedrukkende factoren rekening was gehouden.
Eiser voerde aan dat nieuwe referentieobjecten in bezwaar waren toegevoegd, wat hem tot beroep zou hebben gedwongen. De rechtbank stelde dat het toevoegen van nieuwe referentieobjecten in elke fase is toegestaan, tenzij dit de procesorde schaadt, wat hier niet het geval was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de waarde voldoende aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat eiser niet gedwongen was tot beroep door ontoereikende onderbouwing in bezwaar.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €655.000,- wordt ongegrond verklaard.