ECLI:NL:RBMNE:2025:6572

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11780563
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil tussen professionele autohandelaren over gebreken aan een tweedehands auto en de toepasselijkheid van artikel 7:17 BW

In deze zaak heeft eiser, een professionele autohandelaar, een tweedehands auto gekocht van gedaagde, eveneens een professionele autohandelaar. De auto, een Hyundai Ioniq uit 2019, werd geleverd zonder dat eiser deze had geïnspecteerd. Kort na de levering ontdekte eiser ernstige gebreken aan de auto, waaronder schade aan de versnellingsbak en de onderzijde. Eiser stelt dat gedaagde op de hoogte was van deze gebreken en dat zij tekortgeschoten is door deze niet te melden. Eiser vordert ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs. Gedaagde betwist dit en stelt dat de koop onder handelsvoorwaarden is gesloten, zonder garantie, waardoor de gebreken voor risico van eiser komen. De kantonrechter oordeelt dat partijen zijn overeengekomen dat artikel 7:17 BW niet van toepassing is, en dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de gebreken. De vorderingen van eiser worden afgewezen, evenals het beroep op dwaling. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11780563 \ LC EXPL 25-1412
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V., m.h.o.d.n. [handelsnaam] ,
te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde: mr. R.M. Braat, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E.T. van Dalen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025 met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 19 november 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[handelsnaam] heeft een tweedehands auto van [gedaagde] gekocht. Beide partijen zijn professionele autohandelaren. [handelsnaam] heeft de auto voor de koop niet gezien of geïnspecteerd. Kort na de levering bleek dat de auto ernstige gebreken had. [handelsnaam] stelt dat [gedaagde] dit wist, of had moeten weten, en dit aan haar had moeten melden. Door dit niet te doen, is [gedaagde] volgens [handelsnaam] tekortgeschoten. Zij wil daarom dat de koopovereenkomst wordt ontbonden of vernietigd en dat de koopprijs wordt terugbetaald. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Zij vindt dat de koop is gesloten onder handelsvoorwaarden, zonder garantie, en dat eventuele gebreken daarom voor risico van [handelsnaam] komen. De kantonrechter is het met [gedaagde] eens en wijst de vorderingen af.

3.De beoordeling

Inleiding
3.1.
[handelsnaam] en [gedaagde] zijn allebei autohandelaren. [handelsnaam] voert ook reparatiewerkzaamheden uit.
3.2.
Op 11 februari 2025 heeft [handelsnaam] van [gedaagde] een tweedehands auto gekocht van het merk Hyundai, type Ioniq, bouwjaar 2019 met een kilometerstand van ongeveer 120.000 km (hierna: de auto). De koopprijs bedroeg
€ 14.200,00.
3.3.
De auto is op 13 februari 2025 geleverd. De volgende dag, op 14 februari 2025, is [handelsnaam] bij een inspectie van de auto gebleken dat de onderzijde aanzienlijke schade had. Zo was er sprake van schade aan de versnellingsbak, deuken in de bodem, amateuristisch gelaste onderdelen, een beschadigde benzinetank en een afgescheurde flens van de achterdemper. Volgens [handelsnaam] heeft de auto met de onderkant iets geraakt en is de schade provisorisch hersteld. Verder was er sprake van hagelschade op het dak.
3.4.
[handelsnaam] heeft deze schade dezelfde dag bij [gedaagde] gemeld. [gedaagde] heeft geweigerd om de schade te herstellen, met uitzondering van de hagelschade aan het dak. Zij heeft – kort gezegd – gesteld dat zij niet op de hoogte was van de schade, dat de auto onder handelsvoorwaarden is verkocht en dat zij daarom niet aansprakelijk is voor de schade.
3.5.
[handelsnaam] vindt dat de auto door de schade niet beantwoordt aan de overeenkomst. Met de auto kan niet veilig deel worden genomen aan het verkeer. Reparatie is zo duur dat de auto economisch total loss is. [gedaagde] wist volgens [handelsnaam] van de schade, of had daarvan in ieder geval op de hoogte moeten zijn, maar heeft dit niet gemeld. Zij is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Ook is zij in verzuim geraakt. In deze procedure vordert [handelsnaam] daarom (primair) ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs.
De koop is gesloten onder handelsvoorwaarden, [gedaagde] is niet aansprakelijk voor de gebreken
3.6.
In artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een gekochte zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Dit is niet het geval als de zaak – kort gezegd – niet de eigenschappen heeft die de koper mocht verwachten. Bij een (tweedehands) auto die wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, geldt dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst als de auto door een gebrek niet veilig aan het verkeer kan deelnemen en het gebrek niet eenvoudig kan worden hersteld. Dit kan anders zijn wanneer de koper bijvoorbeeld het risico van zo’n gebrek aanvaardt.
3.7.
[handelsnaam] doet een beroep op dit artikel. In deze zaak is sprake van een koop tussen twee professionele autohandelaren. Partijen kunnen daarom met elkaar afspreken dat van artikel 7:17 BW wordt afweken. Zij kunnen bijvoorbeeld afspreken dat de koper op dit artikel geen beroep kan doen en dat de verkoper niet aansprakelijk is voor eventuele gebreken. Dit hoeft niet uitdrukkelijk te gebeuren, maar kan bijvoorbeeld ook volgen uit de omstandigheden waaronder de koop is gesloten en uit het handelsgebruik.
3.8.
[gedaagde] stelt dat zij en [handelsnaam] als professionele autohandelaren zaken met elkaar hebben gedaan. De auto is gekocht op basis van informatie op internet zonder dat [handelsnaam] de auto daadwerkelijk heeft gezien en geïnspecteerd. De auto is volgens [gedaagde] zonder garantie verkocht. Zij heeft een lagere koopprijs geaccepteerd dan wanneer de auto zou zijn verkocht aan een consument, omdat er bij een handelskoop geen ‘gedoe achteraf’ is over eventuele gebreken. Deze wijze van zakendoen brengt volgens [gedaagde] het risico met zich mee dat achteraf blijkt dat er toch gebreken zijn, waarvan partijen niet op de hoogte waren. [handelsnaam] heeft dit risico volgens [gedaagde] echter geaccepteerd door op deze manier zaken te doen.
3.9.
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] hiermee stelt dat partijen van artikel 7:17 BW zijn afgeweken, in die zin dat [handelsnaam] op dit artikel geen beroep kan doen en dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor eventuele gebreken. Om te kunnen beoordelen of dit inderdaad zo is, heeft de kantonrechter partijen tijdens de mondelinge behandeling vragen gesteld over hun handelwijze bij de inkoop van auto’s, en over de gebruiken in de autobranche als het gaat om de verkoop van auto’s tussen professionele handelaren. Uit de antwoorden die partijen hebben gegeven, kan het volgende worden opgemaakt.
3.10.
[gedaagde] heeft de auto twee weken voor de verkoop aan [handelsnaam] via internet van [onderneming] gekocht. Daarna heeft zij de auto zelf via internet te koop aangeboden. In de internetadvertentie stond niets over de schade. [gedaagde] stelt hiervan ook niet op de hoogte te zijn geweest. [handelsnaam] heeft de internetadvertentie gezien en heeft daar met [gedaagde] over gebeld. In dat telefoongesprek heeft [gedaagde] informatie over de auto van de website [.] gedeeld. Op die website stond ook niets over de schade aan de auto. [handelsnaam] heeft de auto vervolgens gekocht, zonder de auto daadwerkelijk te hebben gezien of te hebben geïnspecteerd.
3.11.
Beide partijen hebben verklaard dat dit een gebruikelijke handelwijze is tussen professionele handelaren. [handelsnaam] doet al meer dan 25 jaar op deze manier zaken en [gedaagde] al meer dan 15 jaar. Op de factuur van de auto staat: ‘
Bijzonderheden: Handelsvoorwaarden’en ‘
Zo mee, geen garantie. Klant heeft de garantie afgekocht’. [handelsnaam] heeft verklaard dat ook dit gebruikelijk is. Verder zijn partijen het erover eens dat [handelsnaam] een lagere prijs voor de auto heeft betaald dan het geval zou zijn als een consument de auto zou kopen. [handelsnaam] wilde de auto voor een hogere prijs (€ 750,00 meer plus € 750,00 voor een afleverpakket) en met garantie doorverkopen aan een van haar klanten (een consument).
3.12.
Partijen zijn het er ook over eens dat het in de autobranche gebruikelijk is dat auto’s tussen handelaren worden verhandeld zonder dat de auto daadwerkelijk wordt gezien of geïnspecteerd, en waarbij het gebruikelijk is dat in de factuur wordt opgenomen dat de auto ‘zo meegaat’ en dat ‘de garantie is afgekocht’. Dit is ook de handelwijze van partijen geweest. De kantonrechter leidt hieruit af dat met de term ‘zonder garantie’ is bedoeld dat de verkoper niet aansprakelijk is voor gebreken en er dus wordt afgeweken van artikel 7:17 BW, ook als er sprake blijkt te zijn van ernstige schade, zoals [handelsnaam] stelt. Het risico dat de professionele koper daarmee neemt, vindt zijn rechtvaardiging in de lagere koopprijs die hij betaalt. [1] [handelsnaam] heeft aangevoerd dat hij een marktconforme koopprijs voor de auto heeft betaald en hij daarom mocht verwachten dat de auto deze gebreken niet had. De door haar betaalde prijs betreft echter een marktconforme prijs tussen handelaren, waarbij geen garantie geldt. Die prijs ligt lager dan de marktconforme prijs wanneer de auto (met garantie) aan een consument wordt verkocht.
3.13.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de hiervoor genoemde omstandigheden waaronder de koop is gesloten en uit het handelsgebruik volgt dat partijen zijn overeengekomen dat artikel 7:17 BW niet van toepassing is en dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor eventuele gebreken aan de auto. Het voorgaande zou anders kunnen zijn als het gaat om een gebrek waarvan de verkoper op de hoogte was of had moeten zijn, maar desondanks niets heeft medegedeeld. [gedaagde] heeft echter gemotiveerd betwist dat hij wist van de gebreken of daarvan op de hoogte had moeten zijn. [handelsnaam] heeft dit vervolgens niet nader onderbouwd. Aan bewijslevering komt de kantonrechter daarom niet toe.
De ontbinding van de koopovereenkomst en de terugbetaling van de koopprijs worden afgewezen
3.14.
Omdat partijen zijn overeengekomen dat [handelsnaam] op artikel 7:17 BW geen beroep kan doen, is de conclusie dat [gedaagde] niet is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Dit betekent dat er geen grondslag voor ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs bestaat. Deze vorderingen worden daarom afgewezen.
De vernietiging van de koopovereenkomst en de terugbetaling van de koopprijs worden afgewezen
3.15.
Subsidiair doet [handelsnaam] een beroep op dwaling en vordert zij vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van de koopprijs.
3.16.
[handelsnaam] heeft niet gesteld en onderbouwd dat er in deze zaak aan de vereisten voor een rechtsgeldig beroep op dwaling is voldaan. Het beroep op dwaling slaagt daarom al niet. Verder begrijpt de kantonrechter het verweer van [gedaagde] zo dat, omdat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor eventuele gebreken, de dwaling voor rekening van [handelsnaam] behoort te blijven als bedoeld in artikel 6:228 lid 2 BW. Dit verweer wordt gevolgd.
3.17.
De conclusie is dat er geen grondslag bestaat voor vernietiging van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs. Deze vorderingen worden daarom afgewezen.
De rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
3.18.
Omdat de hoofdvorderingen van [handelsnaam] worden afgewezen, worden ook de rente en buitengerechtelijke incassokosten als nevenvorderingen afgewezen.
[handelsnaam] moet de proceskosten betalen
3.19.
[handelsnaam] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vorderingen af;
4.2.
veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [handelsnaam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
45353

Voetnoten

1.Vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 22 november 2005, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7605.