ECLI:NL:RBMNE:2025:6573

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
16/167077-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontucht met minderjarige en bezit kinderporno met niet-gering leeftijdsverschil

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 december 2025 een 20-jarige verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een 14-jarig meisje en voor het bezit van kinderporno. Het leeftijdsverschil van ruim vijf jaar tussen verdachte en slachtoffer maakt dat het ontuchtige karakter van de handelingen blijft bestaan, ondanks een affectieve relatie.

De bewezenverklaring is gebaseerd op verklaringen van verdachte en slachtoffer, aangifte, en forensisch onderzoek van een telefoon met seksuele filmpjes van het slachtoffer en een ander minderjarig meisje. De rechtbank sprak verdachte vrij van het vervaardigen van kinderporno, maar achtte het bezit bewezen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie maanden geheel voorwaardelijk op met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de vrijwilligheid, affectieve relatie en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.500 toegekend voor immateriële schade en €100,76 voor materiële schade, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met 2 jaar proeftijd en schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/167077-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2004] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 26 november 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. Drogt;
  • de advocaat van de verdachte: mr. D. Schaddelee;
  • de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. M. Rotgans.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
tussen 4 februari 2024 en 11 maart 2024 in Amersfoort en/of Nieuwegein ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die tussen de twaalf en de zestien jaar was;
feit 2
in de periode van 4 februari 2024 tot en met 19 maart 2025 in Amersfoort en/of Nieuwegein kinderporno in bezit heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken. De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
De bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen. [1]
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
De verklaring van de verdachte op de zitting:
[slachtoffer] en ik hebben ongeveer een maand seksueel contact gehad. Zowel gemeenschap als orale seks. Ook hebben we seksuele opnamen gemaakt. Ik heb seksuele afbeeldingen van [slachtoffer] op mijn telefoon (Oppo, type 6) gehad.
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] :
Aangeefster: [slachtoffer]
Geboortedatum: [2009]
Adres: [geboorteplaats] [2]
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: [verdachte] .
V: Waar is het gebeurd?
A: Bij in de buurt in zijn auto, maar ook bij hem thuis.
V: Waar is bij hem thuis?
A: Ik weet dat hij in [woonplaats] woont. [3]
O: De laatste keer seks heeft op 11 maart 2024 plaats gevonden. [4]
V: Hoe lang zat er tussen het eerste contact via Snap en de daadwerkelijke ontmoeting?
A: Ik heb hem op zijn verjaardag voor het eerst gezien. Dat is de dag dat hij 20 was
(de rechtbank begrijpt: 4 februari 2024). Dat was ook de eerste keer dat wij seks hebben gehad. [5]
V: Wat voor seksuele handelingen heb je met [verdachte] gedaan?
A: Ik heb hem gepijpt en ik heb seks met hem gehad. [6]
V: Heb jij filmpjes gemaakt en verstuurd?
A: Ik heb filmpjes gemaakt van mijzelf en verstuurd naar hem. Dat zijn foto’s in lingerie en ook naakt. En ook filmpjes waarbij ik mijzelf vinger en speeltjes in mijn kut stop. En uitkleden. [7]
Een proces-verbaal van bevindingen:
Deze mobiele telefoon van het merk Oppo, type 6 is op 19 maart 2025 onder verdachte Spithoven inbeslaggenomen. [8]
Uit onderzoek in deze mobiele telefoon is het volgende naar voren gekomen:
- Uit de telefoon komt een filmpje naar voren waar aangeefster [slachtoffer] seksuele handelingen bij zichzelf verricht. Ik verbalisant, herken [slachtoffer] in het filmpje aan de trui die ze aan heeft en een glimp van haar gezicht in beeld. [slachtoffer] komt in beeld in een hoody en een string. Vervolgens is te zien dat ze de string uit trekt, met haar rug naar de camera staat en voorover bukt. Doordat ze voorover bukt zijn haar geslachtsdeel, billen en anus goed zichtbaar. Vervolgens trekt ze met haar handen haar billen uit elkaar. Daardoor zijn haar geslachtsdeel, billen en anus nog meer close en beter zichtbaar. Van aangeefster [slachtoffer] is vastgesteld dat ze ten tijde van het opmaken van bovengenoemde video minderjarig was.
- Aanvullend komt een ander meisje in een filmpje naar voren. Ik schat dit meisje in de leeftijd van 12/13 jaar oud. Ze ligt op bed en gaat dan met haar hand naar haar geslachtsdeel. Vervolgens is te zien dat ze met haar hand op en in haar geslachtsdeel gaat. Het meisje trekt haar BH uit. Haar borsten zijn dan te zien, zijn nog niet volgroeid en zijn passend bij een meisje van 12/13 jaar.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
3.3.2.1. Feit 1
Vaststaande feiten
De verdachte heeft tijdens de zitting bekend dat alle seksuele handelingen zoals beschreven in de beschuldiging, waaronder het seksueel binnendringen, hebben plaatsgevonden. De aangeefster was ten tijde van die handelingen veertien jaar oud. De verdachte was twintig jaar oud.
Juridisch kader
De vraag die aan de orde is, is of deze seksuele handelingen als ontuchtige handelingen moeten worden aangemerkt in de zin van artikel 245 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Blijkens de wetsgeschiedenis strekt dat artikel tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Bij ontuchtige handelingen in juridische zin moet het gaan om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, anders gezegd: de meerderheidsopvatting over wat wel en niet aanvaardbaar is als het gaat om seksuele handelingen tussen en met jongeren. Het ontuchtig karakter kan ontbreken indien de handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die in geringe mate in leeftijd van elkaar verschillen én die een affectieve relatie met elkaar hebben, terwijl sprake is van een zekere gelijkwaardigheid tussen deze personen. Voor het oordeel of een seksuele handeling wel of niet ontuchtig is, is niet van belang of de jeugdige het initiatief tot de seksuele handelingen heeft genomen of heeft ingestemd met de seksuele handelingen.
Oordeel
De rechtbank vindt dat het leeftijdsverschil tussen de aangeefster en de verdachte niet als gering kan worden aangemerkt. Het uitgangspunt is daarom dat de seksuele handelingen die zij met elkaar hebben gepleegd, een ontuchtig karakter hebben. De verdachte heeft dus gehandeld in strijd met de sociaal-ethische norm.
De rechtbank is van oordeel dat het leeftijdsverschil in dit geval bepalend is om het handelen van de verdachte als onaanvaardbaar en strafrechtelijk verwijtbaar te beschouwen. Op het moment van de seksuele handelingen was de aangeefster veertien jaar oud, terwijl de verdachte twintig jaar oud was. Het leeftijdsverschil was ruim vijf jaar. Dat verschil is naar het oordeel van de rechtbank te groot om als gering aan te merken, juist vanwege de levens- en ontwikkelingsfase die jongeren in deze periode van hun leven doormaken. In het reclasseringsrapport over de verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om hem jonger in te schatten dan zijn kalenderleeftijd.
Het is niet relevant of de aangeefster zelf (ook) het initiatief tot de seksuele handelingen heeft genomen of daarmee heeft ingestemd. Artikel 245 Sr Pro is juist (ook) bedoeld om jongeren tot 16 jaar te beschermen tegen verleidingen, zelfs als deze verleiding van henzelf uitgaat.
Daar komt bij dat uit het dossier blijkt dat de verdachte en de aangeefster elkaar vooral ’s nachts en buiten weten van haar ouders ontmoetten. Dat past niet bij een gewone, volwassen relatie, zoals de verdachte stelt dat hij en de aangeefster die hadden. Dat de verdachte en de aangeefster op deze manier een heimelijke seksuele relatie hadden, duidt er des te meer op dat de verdachte heeft gehandeld in strijd met de sociaal-ethische norm. Dat de verdachte en de aangeefster een affectieve relatie hadden, waarbinnen sprake lijkt te zijn geweest van een zekere gelijkwaardigheid tussen beiden, kan gelet op wat hiervoor al is overwogen over met name het leeftijdsverschil het ontuchtige karakter niet wegnemen.
3.3.2.2. Feit 2
Vaststaande feiten
In de telefoon van de verdachte is beeldmateriaal van seksuele aard gevonden van zowel de aangeefster als van een andere onbekend gebleven minderjarige. Gelet op de aard van de handelingen en de leeftijd van de afgebeelde personen worden de filmpjes gekwalificeerd als kinderporno en kan worden bewezen dat de verdachte twee kinderpornografische video’s in bezit heeft gehad.
Oordeel
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het in bezit hebben of vervaardigen van video’s waarop te zien is dat [slachtoffer] wordt gepenetreerd. Zowel de verdachte als de aangeefster hebben verklaard dat zij zulke video’s hebben gemaakt, maar dit beeldmateriaal is niet teruggevonden op de telefoon van de verdachte.
De rest van het beeldmateriaal genoemd in de beschuldiging is wel op de telefoon van de verdachte gevonden. Omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte deze opnames heeft gemaakt, spreekt de rechtbank hem vrij van het vervaardigen van kinderporno.
De rechtbank gaat ervan uit dat het filmpje waarin aangeefster [slachtoffer] te zien is, gestuurd is tijdens hun relatie. Dat is echter geen reden om de verdachte vrij te spreken van het in bezit hebben van deze video. Gelet op wat hiervoor onder 3.3.2.1. al is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat behalve de seksuele handelingen tussen de verdachte en het slachtoffer, ook het in bezit hebben van deze video in strijd is met de sociaal-ethische norm.
De periode waar de beschuldiging op ziet begint op dezelfde datum als de periode waarin de verdachte en de aangeefster seks met elkaar hadden en elkaar seksuele video’s stuurden. De rechtbank vindt daarom het bezit van kinderporno over de hele periode bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
T.a.v. feit 1:
in de periode van 4 februari 2024 tot en met 11 maart 2024 te Amersfoort en/of Nieuwegein, met [slachtoffer] , geboren op [2009] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, meermalen zijn penis in de mond en de vagina van die [slachtoffer] gebracht en bewogen
T.a.v. feit 2:
in de periode van 4 februari 2024 tot en met 19 maart 2025 te Amersfoort en Nieuwegein,
in de periode van 4 februari 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, in bezit heeft gehad,
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 19 maart 2025, artikel 252 Wetboek Pro van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken, in bezit heeft gehad,
te weten video's en een gegevensdrager, te weten een telefoon van het merk Oppo, type 6, bevattende video's, waarop te zien is dat:
een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en de eigen borsten met een vinger aanraakt, en
[slachtoffer] , geboren op [2009] , poserend is afgebeeld,
- waarbij die [slachtoffer] geheel of gedeeltelijk naakt is en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past, en
- die [slachtoffer] zich van haar kleding ontdoet, en
- door het camerastandpunt en de pose en de wijze van kleden van die [slachtoffer] nadrukkelijk het geslachtsdeel en billen van die [slachtoffer] in beeld worden gebracht.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
feit 2:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is
betrokken, in bezit hebben
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden - kort gezegd - een contact- en locatieverbod met het slachtoffer.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de verdachte erg geschrokken is van de verdenking. Hij is als relatief jonge jongen een relatie aangegaan en heeft zich niet gerealiseerd dat hij daarvoor mogelijk voor de rechter zou moeten komen. De verdediging benadrukt dat een gevangenisstraf negatieve consequenties zou hebben voor zowel de thuissituatie als de opleiding van de verdachte. Zij verzoekt de rechtbank om, indien zij tot een veroordeling komt, de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft ongeveer een maand lang ontucht gepleegd met een meisje van veertien jaar, door seks met haar te hebben. De verdachte, die toen zelf twintig jaar oud was, is volledig aan haar jonge leeftijd voorbijgegaan. Van hem mocht worden verwacht dat hij rekening met haar leeftijd zou houden, zeker gelet op het grote leeftijdsverschil tussen hen. Jongeren tot 16 jaar bevinden zich in een kwetsbare fase van hun leven waarin ze nog niet in staat zijn om volledig te begrijpen of aan te geven wat hun grenzen zijn. De ervaring leert dat (jeugdige) slachtoffers van zedendelicten later nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is overkomen.
Ook heeft de verdachte twee pornografische filmpjes van minderjarige meisjes in zijn bezit gehad. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 26 juni 2025 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.
De reclassering constateert in haar advies over de verdachte van 31 oktober 2025 dat zich in zijn leven geen grote problemen voordoen. De verdachte woont bij zijn ouders en volgt een opleiding tot slager. In het verleden is ADD vastgesteld, wat maakt dat er sprake is van een verminderde impulscontrole. Er zijn geen signalen dat dit leidt tot problemen. Een diagnose autisme is niet gesteld, maar er zou wel sprake zijn van diverse kenmerken daarvan. Dit heeft mogelijk invloed op de sociale relaties van de verdachte. Hij kent weinig diepgaande, stabiele vriendschappen. De focus ligt bij de verdachte op een liefdesrelatie. In een relatie wil hij de ander graag tevreden houden. Hij kan ook bezitterig en jaloers zijn. Praten over zijn emoties vindt hij lastig, hij trekt zich liever terug. De reclassering kan niet vaststellen of dit een rol heeft gespeeld bij de feiten. De reclassering adviseert om het volwassenenstrafrecht toe te passen en om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Gelet op de aard van de verdenking kan een contactverbod, gecontroleerd door de politie, worden overwogen.
Strafkader
In beginsel geldt dat, bij feiten zoals in deze zaak aan de orde zijn, alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. De rechtbank ziet echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat sprake was van vrijwilligheid vanuit het slachtoffer en dat zij een affectieve relatie met elkaar hadden. Ook nam het slachtoffer zelf initiatief en heeft de verdachte meerdere malen aan haar gevraagd of zij het goed vond zoals het ging in hun relatie. Ondanks dat de rechtbank hierin geen aanleiding ziet om te oordelen dat het ontuchtige karakter van het seksuele contact wegvalt, houdt de rechtbank er bij het bepalen van de straf wel rekening mee.
De rechtbank zal alles overwegende een geheel voorwaardelijke straf opleggen, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist, omdat dit naar het oordeel van de rechtbank meer recht doet aan de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 10.250,13 voor de feiten 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 250,13 voor vergoeding van materiële schade en € 10,000,00 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Kosten aanschaf nieuw T-shirt: € 10,00;
2. Kosten medicatie: € 186,34;
3. Kilometervergoeding: € 53,79.
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de immateriële schade gedeeltelijk toegewezen kan worden tot een bedrag van € 3.500,00, en de materiële schade deels kan worden toegewezen tot een bedrag van € 156,96.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank primair om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering tot immateriële schadevergoeding. Subsidiair verzoekt zij de rechtbank om, gelet op uitspraken in vergelijkbare zaken, een bedrag van maximaal € 1.000,00 aan immateriële schade toe te wijzen. De advocaat van de verdachte verzoekt de vordering tot materiële schade af te wijzen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De benadeelde partij heeft een reiskostenvergoeding gevraagd voor bezoeken aan het politiebureau en bezoeken aan het ziekenhuis. Ten aanzien van de reiskosten voor ziekenhuisbezoek overweegt de rechtbank dat dit schade is die rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezenverklaarde feit en dat deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt. De medische behandelingen waarvoor deze kilometerkosten zijn gemaakt, waren immers nodig vanwege het hebben van onveilige seks. Omdat op basis van het dossier echter aannemelijk is dat het slachtoffer in de relevante periode behalve met de verdachte ook met een ander persoon onveilige seks heeft gehad, zal de rechtbank dit deel van de vordering voor de helft toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de kilometerkosten voor medische behandelingen.
De overige reiskosten, voor bezoeken aan het politiebureau, zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit en zijn ook niet toewijsbaar als proceskosten (zie gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4540 en Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:414). In zoverre wordt de vordering afgewezen.
Het gedeelte van de vordering dat ziet op de kosten van de medicatie is voldoende onderbouwd. Deze schade staat in rechtstreeks verband met het onder feit 1 bewezen verklaarde feit. Ook het nemen van deze medicatie is immers nodig geweest vanwege het hebben van onveilige seks. Gelet op wat hiervoor daarover is overwogen, zal de rechtbank ook dit deel van de vordering voor de helft toewijzen. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de kosten van medicatie.
De benadeelde partij wordt, voor zover de vordering betrekking heeft op de post ‘aanschaf nieuw T-shirt’, niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering is door de verdachte betwist. Gelet op deze betwisting is de namens de benadeelde partij gegeven onderbouwing onvoldoende. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De rechtbank zal het materiële deel van de vordering toewijzen tot een bedrag van:
- Kosten medicatie: € 93,17
- Reiskosten (2 x 23 km x € 0,33 / 2=): € 7,59
- Totale materiële schade: € 100,76
Immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de bij de vordering overgelegde stukken blijkt dat bij aangeefster sprake is van psychische problematiek. Een bepaalde kwetsbaarheid van het slachtoffer blijkt uit het feit dat zij hiervoor behandelingen heeft gevolgd. Echter is niet vast te stellen dat het gehele gevorderde bedrag een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit, mede omdat een deel van de behandelingen al voor die tijd liep.
De rechtbank is van oordeel dat een vergoeding van € 1.500,00 billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Conclusie
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.600,76, bestaande uit € 100,76 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade.
De vergoeding van de materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2025, het moment dat de vordering is ingediend, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De vergoeding van de immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2024, omdat vast is komen te staan dat de immateriële schade (in ieder geval) vanaf die datum is ontstaan, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskostenveroordeling verdachte
Omdat de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt daarbij de schadevergoedingsmaatregel en de bijbehorende dagen gijzeling op, zoals hierna in de beslissing is vermeld.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 240b (oud), 245 (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
-
verklaart bewezendat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit en verdachte
-
verklaart het bewezenverklaarde strafbaaren kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
-
verklaart de verdachte strafbaarvoor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
straf
-
legtaan de verdachte
een gevangenisstraf van 3 maandenop;
- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
  • wijstde vordering van [slachtoffer]
    gedeeltelijk toetot een bedrag van € 1.600,76;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
over een bedrag van € 100,76 (de materiële schade) met ingang van 19 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
over een bedrag van € 1.500,00 (de immateriële schade) met ingang van 11 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart [slachtoffer] voor een bedrag van € 8.610,76 niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.600,76 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
over een bedrag van € 100,76 (de materiële schade) met ingang van 19 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
over een bedrag van € 1.500,00 (de immateriële schade) met ingang van 11 maart 2024 tot de dag van volledige betaling.
bij niet betaling aan te vullen met 36 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. J.G. van Ommeren en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt en mr. E. Scholten, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
Mr. drs. S.M. van Lieshout is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2024 tot en met 11 maart 2024 te
Amersfoort en/of Nieuwegein, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2009]
, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit
of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, zijn penis in de mond
en/of de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of bewogen;
2
hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2024 tot en met 19 maart 2025 te
Amersfoort en/of Nieuwegein, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van [4 februari pleegperiode] tot en met 30 juni 2024, artikel 240b
Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd, en/of
in bezit heeft gehad,
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 19 maart 2025, artikel 252 Wetboek Pro van
Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft vervaardigd, en/of
in bezit heeft gehad,
te weten een of meer foto's en/of video's en/of een gegevensdrager, te weten een
telefoon van het merk Oppo, type 6, bevattende foto's en/of video's,
waarop te zien is dat:
[slachtoffer] , geboren op [2009] , oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met
een penis, en/of
een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt het
eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand
aanraakt/betast, en/of
[slachtoffer] , geboren op [2009] , poserend of in een pose is afgebeeld,
- waarbij die [slachtoffer] geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is
en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet
bij haar leeftijd past, en/of
- die [slachtoffer] zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding
ontdoet, en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze
van kleden van die [slachtoffer] en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het
geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer] in beeld worden gebracht.

Voetnoten

2.Pagina 1.
3.Pagina 2.
4.Pagina 4.
5.Pagina 5.
6.Pagina 7.
7.Pagina 11.
8.Pagina 75.