ECLI:NL:RBMNE:2025:6574
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep op overname private schulden onder Wet hersteloperatie toeslagen zonder proceskostenvergoeding
Eiser verzocht de minister om overname van private schulden aan zijn broer ter hoogte van €5.000, €12.000 en €30.000 onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Sociale Banken Nederland (SBN) wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna ook het bezwaar werd afgewezen. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting en het vervolgonderzoek erkende de minister dat de schuld van €30.000 voor vergoeding in aanmerking komt en stelde zich later ook op het standpunt dat de andere schulden via de hardheidsclausule overgenomen kunnen worden. Eiser leverde echter pas in beroep voldoende bewijs voor de kleinere schulden aan, wat de rechtbank als te laat beoordeelde.
De rechtbank oordeelde dat alle drie de schulden voor vergoeding in aanmerking komen en maakte zelf toepassing van de hardheidsclausule. Het primaire besluit werd herroepen en het beroep gegrond verklaard. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat eiser, ondanks professionele bijstand, zijn verzoek niet tijdig en gedegen had onderbouwd, waardoor de minister onnodig werd belast.
De minister wordt wel verplicht het griffierecht van €51 aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 15 december 2025 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De minister moet de private schulden van eiser overnemen, maar het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.