Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Soest om haar en haar familie niet toe te laten tot de gemeentelijke opvang voor Oekraïense ontheemden. Na bezwaar en communicatie heeft het college aangegeven bereid te zijn verzoekster en haar familie tijdelijk op te vangen, waarna opvang in een andere gemeente mogelijk is.
Hierdoor heeft verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding van haar proceskosten gevraagd. Het college heeft niet gereageerd op dit verzoek. De voorzieningenrechter concludeert hieruit dat het college geen bezwaar heeft tegen vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 907,- en veroordeelt het college tot betaling hiervan, inclusief het griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.