Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de brief van [eiseres] met bijlagen van 7 oktober 2025;
2.De beoordeling
3.De beslissing
14 januari 2026 om 11.00 uurvoor conclusie van antwoord door de curator;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak betreffende insolventierecht heeft eiseres B.V. een vordering ter verificatie ingediend tegen de curator van het faillissement van een onderneming B.V. De rechter-commissaris verwees het betwiste geschil naar de handelskamer voor een renvooiprocedure.
De curator beriep zich op artikel 122 van Pro de Faillissementswet (Fw) om de exclusieve bevoegdheid van de handelskamer te claimen, maar dit beroep werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelde dat artikel 122 Fw Pro niet bedoeld is om een exclusieve bevoegdheid te creëren voor geschillen over ter verificatie aangemelde vorderingen en dat de interne bevoegdheidsverdeling tussen kantonrechter en civiele kamer binnen de rechtbank bepalend is.
De rechtbank beschouwde de brief van eiseres als conclusie van eis en besloot de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van dezelfde rechtbank. Partijen werden erop gewezen dat zij zich in de vervolgprocedure ook zonder advocaat kunnen laten vertegenwoordigen. Tevens werd bepaald dat na verwijzing een lager griffierecht van toepassing is en dat reeds betaald griffierecht door de griffier wordt terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank verwijst het verificatiegeschil naar de kantonrechter en wijst het beroep op exclusieve bevoegdheid van de curator af.