Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 oktober 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [vestigingsplaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht
Samenvatting
Procesverloop
i) één van vennoten, [A] , volgens de burgemeester van slecht levensgedrag is;
ii) er onjuiste en onvolledige informatie is verstrekt bij de aanvragen om de vergunningen te verlenen; en
iii) verzoekster niet tijdig heeft doorgegeven dat één van haar vennoten niet langer bij de exploitatie betrokken is. Daarbij heeft de burgemeester verwezen naar zowel de Alcoholwet als de APV. [1] Het bestreden besluit heeft tot gevolg dat de bar feitelijk per 8 oktober 2025 moet sluiten.
Overwegingen
Uit het voorgaande maakt de voorzieningenrechter op dat de burgemeester op het moment van de vergunningverlening al op de hoogte was van de bemoeienis van [A] als leidinggevende bij de exploitatie. Dit heeft er echter niet toe geleid dat de burgemeester de alcoholvergunning heeft geweigerd.
Intrekkingsgrond 3): tijdig doorgeven wijziging uittredende vennoot in 2022
Wat betreft de alcoholvergunning, geldt dat de burgemeester in het bestreden besluit niet voldoende duidelijk heeft gemaakt van welke bevoegdheid tot intrekking van de vergunning hij gebruikmaakt. Onder het kopje ‘wet- en regelgeving’ in het bestreden besluit noemt de burgemeester artikel 31, eerste lid, aanhef en onder d, in samenhang met artikel 30a, eerste lid, van de Alcoholwet. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk waar het niet tijdig melden van het vertrek van een vennoot precies onder geschaard moet worden. Hierover zal de burgemeester in een besluit op bezwaar dus meer duidelijkheid moeten verschaffen. Voor zover de intrekking zou berusten op het ook door de burgemeester genoemde tweede lid van artikel 31 van Pro de Alcoholwet, wijst de voorzieningenrechter erop dat dit – anders dan het eerste lid – een ‘kan-bepaling’ is. De burgemeester zal als dit de grondslag is, dus moeten toelichten waarom hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid
Hoe weegt de voorzieningenrechter de belangen?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verlengt de getroffen voorlopige voorziening die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst;
- schorst het bestreden besluit tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
1 Leidinggevenden van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf voldoen aan de volgende eisen: