ECLI:NL:RBMNE:2025:6596
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard op inzageverzoek persoonsgegevens bij Dienst Toeslagen
Eiser heeft een inzageverzoek ingediend bij de Dienst Toeslagen op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Na een bezwaarprocedure heeft de Dienst Toeslagen een besluit genomen waarin zij gemotiveerd heeft welke persoonsgegevens van eiser worden verwerkt in het kader van toeslagen. Eiser is het niet eens met dit besluit en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 heeft eiser voor het eerst aangevoerd dat hij de stukken niet kan lezen, maar dit was niet eerder ingebracht in bezwaar of beroep en werd door de rechtbank niet verder in behandeling genomen. De rechtbank constateert dat eiser bekend is met de stukken en de persoonsgegevens die worden verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit van de Dienst Toeslagen een uitgebreid en gemotiveerd overzicht bevat van de persoonsgegevens die worden verwerkt en het doel van die verwerking. Eiser heeft onvoldoende concreet gesteld dat er meer gegevens zouden moeten zijn, ondanks zijn verwijzing naar de toeslagaffaire. De Dienst Toeslagen hoeft geen kopieën van documenten te verstrekken, slechts een overzicht van de verwerkingen.
Verder heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of gegevens zijn gedeeld met andere instanties zoals het UWV, hetgeen niet het geval bleek. Eiser heeft geen concrete aanwijzingen gegeven die dit tegenspreken. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de Dienst Toeslagen heeft voldoende inzage gegeven in de verwerking van persoonsgegevens.