In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op zijn verzoek van 20 mei 2025, ingediend op basis van de Wet open overheid (Woo). Dit verzoek kreeg referentienummer [nummer]. Op 9 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen, maar eiser heeft op 24 oktober 2025 laten weten dat hij het niet eens is met dit besluit en zijn beroep niet intrekt.
De rechtbank heeft besloten partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, aangezien de minister inmiddels heeft beslist. Echter, het beroep richt zich nu ook tegen het besluit van 9 oktober 2025, omdat dit niet geheel tegemoetkomt aan het Woo-verzoek van eiser. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is voor zover het gericht is tegen het niet-tijdig beslissen, maar zal het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2025 doorsturen naar de minister voor behandeling in bezwaar.
De rechtbank heeft geen proceskosten toegewezen, maar bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, en is openbaar uitgesproken op 19 november 2025.