Eiser had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek van 20 mei 2025. Inmiddels heeft de minister op 9 oktober 2025 alsnog een besluit genomen. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken, moest de rechtbank een beslissing nemen over het beroep.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen belang meer heeft nu het besluit is genomen. Het beroep richt zich nu ook tegen het inhoudelijke besluit van 9 oktober 2025, omdat dit niet volledig tegemoetkomt aan het verzoek en eiser bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud.
De rechtbank besluit het beroep niet zelf te behandelen, maar het met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, Awb door te sturen aan de minister om als bezwaar te behandelen. De minister moet het griffierecht van €194 aan eiser vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend.