Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:6646

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/2733
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:17 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtsgeldige ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Zij stelde dat zij verweerder op 22 juli 2025 in gebreke had gesteld wegens het uitblijven van een besluit.

Verweerder betwistte ontvangst van een ingebrekestelling en gaf aan dat in zijn systemen geen ontvangstbevestiging was gevonden. Eiseres overlegde een papieren exemplaar van een ingebrekestelling en een e-mail, maar kon niet aannemelijk maken dat deze daadwerkelijk waren verzonden of ontvangen.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 2:17 Awb Pro bij digitale verzending het moment van ontvangst door het bestuursorgaan bepalend is, en dat eiseres geen bewijs leverde van ontvangst. Hierdoor was er geen rechtsgeldige ingebrekestelling en was het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelde het beroep niet inhoudelijk en wees proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2733

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 februari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Eiseres heeft op 29 april 2025 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 22 juli 2025 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar beroep omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen. Verweerder licht toe dat in de systemen van verweerder ook geen ontvangstbevestiging van een ingebrekestelling is aangetroffen.
5. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 14 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Eiseres heeft hierop gereageerd.
6. Eiseres heeft als bijlage een papieren exemplaar van een ingebrekestelling overgelegd, gedateerd 22 juli 2025 en voorzien van een handtekening. Zij heeft evenwel geen bewijsstukken verstrekt waaruit volgt dat dit stuk daadwerkelijk per post is verzonden.
7. Daarnaast heeft eiseres een kopie van een door haar verzonden e-mail ingebracht, welke ertoe strekt aan te tonen dat zij verweerder op 18 augustus 2025 via het e-mailadres [e-mailadres] in gebreke heeft gesteld.
8. Op grond van artikel 2:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is bij de digitale verzending van berichten aan een bestuursorgaan beslissend het moment waarop het bericht elektronisch door dat bestuursorgaan is ontvangen. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd (bijvoorbeeld afkomstig van haar internetprovider) waaruit kan worden afgeleid dat verweerder de e-mail heeft ontvangen. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden.
9. De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling.
10. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.