ECLI:NL:RBMNE:2025:6649
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering VOG wegens onvoldoende onderbouwing recidiverisico diplomafraude
Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een zorgfunctie, maar deze werd geweigerd vanwege diplomafraude, waarbij hij een vervalst diploma gebruikte om een hogere kwalificatie te verkrijgen. Verweerder baseerde de weigering op een strafbeschikking en een inschatting van een risico voor de samenleving, mede vanwege de nauwe relatie tussen het strafbare feit en de functie.
Eiser betoogde dat hij inmiddels zijn taakstraf heeft voldaan, open en eerlijk is geweest tegenover zijn werkgever, en een leer- en werktraject volgt om op legale wijze een hogere kwalificatie te behalen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder het recidiverisico onvoldoende had gemotiveerd en dat de persoonlijke omstandigheden en het werk van eiser voldoende zekerheid bieden dat het risico op herhaling nagenoeg afwezig is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG zwaarder weegt dan het preventieve belang van verweerder, en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser wordt beschouwd als houder van de VOG tot zes weken na het nieuwe besluit. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en eiser wordt voorlopig beschouwd als houder van de gevraagde VOG.