4.1.De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser voldoende spoedeisend belang heeft bij de verzochte voorlopige voorziening. Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn baan verliest hij als hij geen VOG verkrijgt vóór 15 december 2025. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek inhoudelijk zal beoordelen.
5. Voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een VOG heeft verweerder beleidsregels opgesteld.In de beleidsregels is bepaald dat als eiser voorkomt in het JDS, verweerder aan de hand van een objectief en een subjectief criterium bekijkt of de afgifte van de VOG gerechtvaardigd is. Bij de toetsing aan het objectieve criterium bekijkt verweerder of de justitiële gegevens, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak of bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd. Is daarvan sprake, dan zal de aanvraag in beginsel worden afgewezen. Bij het subjectieve criteriumbeoordeelt verweerder, als is voldaan aan het objectieve criterium, of de omstandigheden van het geval ertoe moeten leiden dat toch een VOG toch moet worden afgegeven. In deze belangenafweging wordt rekening gehouden met de hoeveelheid antecedenten, de strafrechtelijke afdoening daarvan en de mate van tijdsverloop sinds het laatste justitiële gegeven.
6. Tussen partijen is niet in geschil dat is voldaan aan het objectieve criterium. Dat betekent dat, gelet op de diplomafraude van eiser, het verlenen van een VOG een risico voor de samenleving met zich meebrengt. Dit betekent dat de voorzieningenrechter uitsluitend zal beoordelen of verweerder in redelijkheid het belang van bescherming van de integriteit van de zorg en het voorkomen van samenhangende veiligheidsrisico’s zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang dat eiser heeft bij afgifte van de VOG.
Het subjectieve criterium
7. Het subjectieve criterium ziet op de omstandigheden van het geval die ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving ten aanzien van eiser niet zou moeten leiden tot een weigering van de afgifte van een VOG.
Op grond van het subjectieve criterium wordt beoordeeld of het belang dat een aanvrager heeft bij het verstrekken van de VOG zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het door middel van het objectieve criterium vastgestelde risico voor de samenleving. De zwaarte van het antecedent is relevant voor het risico als bedoeld in het objectieve criterium en dus, gelet op de toets, ook voor het subjectieve criterium. Het subjectieve criterium kan gezien worden als een invulling van het evenredigheidsbeginsel, dat in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel van artikel 4:84 Awb moet worden uitgelegd. Dit betekent dat de voorzieningenrechter bij de toetsing van de beoordeling van het subjectieve criterium dezelfde maatstaven gebruikt bij toetsing van het besluit aan de norm van artikel 4:84 van de Awb.
8. Eiser heeft toegelicht onder welke omstandigheden hij tot de diplomafraude is gekomen. Hij zat diep in de schulden en zag door de bomen het bos niet meer. Eiser heeft inmiddels aan zijn taakstraf voldaan en hij houdt zich aan de meldplicht. De CoVa-plus cursus is nog niet gestart, vermoedelijk omdat de reclassering kampt met een capaciteitsgebrek. Eiser werkt al negen jaar tot (vakinhoudelijke) tevredenheid in de zorg. Eiser heeft een e-mailwisseling van 29 oktober 2025 met zijn direct leidinggevende bij [instelling] overgelegd, waarin staat dat hij een betrouwbare fijne medewerker is en dat zijn input als waardevol wordt gezien in het team. Ook heeft zijn leidinggevende toegezegd dat eiser mag terugkeren naar zijn werk, zodra hij de VOG heeft. Eiser voert ook aan dat hij, nadat de diplomafraude aan het licht is gekomen, verantwoordelijkheid heeft genomen en open en eerlijk is geweest naar zijn nieuwe werkgever [instelling] . Bovendien heeft eiser zijn spijt betuigd, eiser is zich ervan bewust dat hij een grote fout heeft gemaakt. Eiser heeft een gezin waar hij voor moet zorgen, hij is door zijn huwelijk en zijn zoontje veranderd en wil nu op een legale wijze de hogere kwalificatie in de zorg behalen. Voor eiser zou het grote gevolgen hebben als hij de VOG niet krijgt, hij zou zijn baan kwijtraken en heeft geen andere kwalificaties. Hij kan elders niet aan de slag. Hierdoor zal eiser nog verder in de schulden geraken.
9. Verweerder heeft in het bestreden besluit bij de beoordeling van de evenredigheid gekeken naar de afdoening van de strafzaak, het tijdsverloop en de aangevoerde persoonlijke omstandigheden. Verweerder waardeert in het bestreden besluit eisers betrokkenheid bij de zorg, maar stelt zich niettemin op het standpunt dat die te weinig zekerheid geeft om te kunnen stellen dat er geen risico op herhaling is. Volgens verweerder is er een risico dat eiser zijn werk op een verkeerde manier gebruikt, om zichzelf of anderen financieel beter te maken.
10. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder in de beoordeling terecht stelt dat het gaat om een recent feit. De strafbeschikking dateert immers van 6 mei 2025 en het strafbare feit is volgens de strafbeschikking weliswaar gepleegd op 1 maart 2023 maar de pleegperiode loopt door tot in 2024. Daarnaast stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat de strafbeschikking behalve een taakstraf ook aanwijzingen geeft om het recidive-risico te beperken en dat duur van de ‘proefperiode’ van één jaar nog niet is verstreken. De diplomafraude ziet verweerder terecht als een ernstig incident.
11. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder de inschatting van het recidive-risico onvoldoende gemotiveerd heeft. Ook tegen de achtergrond van de recente diplomafraude zijn er naar inschatting van de voorzieningenrechter omstandigheden die voldoende zekerheid geven om te concluderen dat het risico op herhaling nagenoeg afwezig is. Daarbij wijst de voorzieningenrechter op de verklaringen van eiser, zowel die in het dossier zitten als die hij op de zitting heeft afgelegd, zijn jarenlange werkervaring in de zorg, de omstandigheid dat hij met een leer- en werktraject kan starten om op legale wijze de niveau 4 kwalificatie te behalen en de openheid die hij tegenover zijn huidige werkgever heeft gegeven. Daarbij is van belang dat eiser al jarenlang in de zorg werkt en dat, behoudens de diplomafraude, niet gebleken is dat hij zijn werk op een verkeerde manier gebruikt om zichzelf of anderen financieel beter te maken. Uit de verklaringen van eiser en de e-mailwisseling met zijn leidinggevende blijkt dat hij bekwaam is als [functie] . De voorzieningenrechter ziet ook niet hoe tijdsverloop en eventueel werk in een andere baan buiten de zorg, het risico op herhaling beter zou beperken dan het leer-werktraject bij [instelling] . Om die redenen vindt de voorzieningenrechter de risico-inschatting die verweerder heeft gemaakt onvoldoende gemotiveerd.
12. De voorzieningenrechter oordeelt, gelet op het voorgaande, dat de beroepsmatige en financiële gevolgen van de weigering van de VOG voor eiser zwaar wegen en daardoor onevenredig zijn met het preventieve doel van bescherming van de integriteit van de zorg en het voorkomen van samenhangende veiligheidsrisico’s door het weigeren van de VOG.