Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], vergunninghouders.
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht verleende op 28 januari 2025 een omgevingsvergunning voor een airco-unit op het dak van een woning. Eiser, wonende op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de airco-unit het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van zijn woonomgeving negatief beïnvloedt. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland en voerde aan dat zijn belang wel degelijk rechtstreeks bij het besluit betrokken is. De rechtbank oordeelde echter dat eiser geen gevolgen van enige betekenis ondervindt die zijn woon- en leefsituatie aantasten. De afstand tussen de woningen en het ontbreken van zicht vanuit de woning, evenals het ontbreken van geluidshinder of andere nadelige effecten, maken dat het belang van eiser onvoldoende onderscheidend is van dat van andere omwonenden.
De rechtbank verwierp ook het argument dat eerdere procedures waarin vergunninghouders als belanghebbenden werden erkend, tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor het college het bezwaar van eiser niet inhoudelijk hoeft te behandelen en eiser geen griffierecht of kostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning.