Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], vergunninghouders.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser, wonende op het perceel [adres 2] in [plaats], beroep heeft ingesteld tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor een airco-unit op het dak van een woning aan de [adres 1] in [plaats]. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht had op 28 januari 2025 de vergunning verleend, maar verklaarde het bezwaar van eiser op 21 mei 2025 niet-ontvankelijk, omdat eiser volgens hen geen belanghebbende was. Eiser betoogde dat de airco-unit het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van zijn woonomgeving negatief beïnvloedde, en dat hij wel degelijk belanghebbende was, vooral omdat vergunninghouders in een eerdere procedure als belanghebbenden waren aangemerkt.
De rechtbank heeft de zaak op zitting behandeld, waarbij eiser, de gemachtigde van het college en de vergunninghouders aanwezig waren. Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelde dat eiser geen gevolgen van enige betekenis ondervond van de airco-unit, aangezien hij op minstens 30 meter afstand woonde en geen zicht had op de unit. Het enkele feit dat hij vanaf de openbare weg zicht had op de unit was niet voldoende om hem als belanghebbende te kwalificeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekende dat het college het bezwaar van eiser niet inhoudelijk hoefde te behandelen. Eiser kreeg geen griffierecht terug en er was geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
De rechtbank benadrukte dat alleen belanghebbenden bezwaar kunnen maken en dat de gevolgen van een besluit voor de woon- en leefsituatie van de betrokkenen van belang zijn. In dit geval was het belang van eiser niet voldoende onderscheidend van dat van andere bewoners in de wijk, waardoor de rechtbank het standpunt van het college bevestigde.