ECLI:NL:RBMNE:2025:6655

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/3901
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen belanghebbende bij omgevingsvergunning voor airco-unit vanwege ontbreken van gevolgen van betekenis

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht verleende op 28 januari 2025 een omgevingsvergunning voor een airco-unit op het dak van een woning. Eiser, wonende op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de airco-unit het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van zijn woonomgeving negatief beïnvloedt. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.

Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland en voerde aan dat zijn belang wel degelijk rechtstreeks bij het besluit betrokken is. De rechtbank oordeelde echter dat eiser geen gevolgen van enige betekenis ondervindt die zijn woon- en leefsituatie aantasten. De afstand tussen de woningen en het ontbreken van zicht vanuit de woning, evenals het ontbreken van geluidshinder of andere nadelige effecten, maken dat het belang van eiser onvoldoende onderscheidend is van dat van andere omwonenden.

De rechtbank verwierp ook het argument dat eerdere procedures waarin vergunninghouders als belanghebbenden werden erkend, tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor het college het bezwaar van eiser niet inhoudelijk hoeft te behandelen en eiser geen griffierecht of kostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3901

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

11 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht(het college), verweerder
(gemachtigde: mr. N.J. van Polanen)
Als derde-partijen nemen aan het geding deel:
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], vergunninghouders.
(gemachtigde: mr. D. Quakernaat)

Inleiding

1. Met het besluit van 28 januari 2025 heeft het college een omgevingsvergunning voor een airco-unit op het dak van de woning aan de [adres 1] in [plaats] verleend. Eiser woont op het perceel [adres 2] in [plaats] en heeft bezwaar tegen de omgevingsvergunning gemaakt. Met het besluit van 21 mei 2025 heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser volgens het college geen belanghebbende is.
2. Eiser is het niet eens met het besluit van het college en heeft daartegen beroep bij de rechtbank ingesteld. Eiser voert aan dat de airco-unit het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van zijn woonomgeving negatief beïnvloedt, waardoor zijn belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Het college handelt bovendien inconsistent, omdat vergunninghouders bij een eerdere procedure over een handhavingsverzoek tegen zijn airco-unit wel als belanghebbenden zijn aangemerkt.
3. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Derde-partijen hebben ook schriftelijk op het beroep gereageerd en hebben zich bij het standpunt van het college aangesloten.
4. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en vergunninghouders.
5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering daarvan vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal.

Beslissing

6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
7. Dat betekent dat het college het bezwaar van eiser niet inhoudelijk hoeft te behandelen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook bestaat geen aanleiding voor het vergoeden van zijn parkeer- en verletkosten.

Motivering van de beslissing

8. Bij de rechtbank ligt ter beoordeling voor of het college terecht heeft beslist dat eiser geen belanghebbende bij de omgevingsvergunning is.
9. De rechtbank stelt voorop dat een bezwaar alleen kan worden ingesteld door een belanghebbende. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. [1] Iemand is belanghebbende is als diegene een objectief, persoonlijk, eigen rechtstreeks en actueel belang heeft bij een besluit. [2] Volgens vaste rechtspraak is degene die feitelijke gevolgen ondervindt van de activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dat uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon- en leefsituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. [3]
10. De rechtbank is van oordeel dat het college zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen belanghebbende bij de airco-unit van vergunninghouder is, omdat eiser geen gevolgen van enige betekenis voor de eigen woon- en leefsituatie ondervindt. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat eiser op minstens 30 meter afstand van het perceel van vergunninghouders woont, waartussen andere woningen zijn gelegen. Door deze afstand heeft eiser vanuit zijn woning geen zicht op de airco-unit. Eiser heeft dat op de zitting bevestigd. Voorts heeft eiseres erkend dat er geen andere gevolgen van enige betekenis zijn, zoals bijvoorbeeld geluidshinder. Het enkele feit dat eiser vanaf de openbare weg voor zijn woning zicht heeft op de airco-unit maakt zijn belang onvoldoende onderscheidend van anderen in de wijk. Dat vergunninghouders in een eerdere procedure wel als belanghebbenden zijn aangemerkt bij een handhavingsverzoek met betrekking tot een airco op het dak van een uitbouw van de woning van eiser brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen persoonlijk belang heeft, waarmee hij zich voldoende onderscheidt van anderen in de wijk.
11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025 door
mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2906, rechtsoverweging 3.2.
3.Uitspraak van de Afdeling van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, rechtsoverweging 3.2.