Eiseres voerde een medische behandeling uit bij de kat van de gedaagde en vorderde betaling van de resterende kosten, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente. Gedaagde betwistte eigenaarschap maar was bereid de medische kosten te betalen. Hij vond de dagvaarding voortijdig en was het niet eens met de incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de medische kosten moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, omdat niet is gebleken vanaf wanneer gedaagde in verzuim was. De wettelijke handelsrente werd afgewezen omdat geen sprake was van een handelsovereenkomst.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan de wettelijke eisen. Gedaagde had al gedeeltelijk betaald, waardoor een restant van €350,00 werd toegewezen. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat dagvaarden onterecht was.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.